Indonesia Calling!

Indonesia Calling!

1945

Australië

Franse titel: L'Indonésie apelle
Nederlandse titel: Indonesië roept!

Regie: Ivens, Joris (George)
Scenario: Ivens, Joris (George)
Montage: Ivens, Joris (George)
Camera: Ivens, Joris (George) | Michelle, Marion | Coldicutt, Ken | Heyer, John | Poignant, Axel | Watt, Harry
Productie: The Waterfront Union of Australia, Sydney

Premiere: Australië Sydney, King's Cross Newsreel Theater | 1946

Omschrijving:

Filmpamflet over de solidariteitsacties in de havens van Australië ter ondersteuning van de zojuist uitgeroepen republiek Indonesië, die zich onafhankelijk verklaart van Nederland. De tweede wereldoorlog heeft er voor gezorgd dat de contacten over zee tussen Australië en Indonesië verbroken zijn geweest, maar na de oorlog keren 1400 Indonesiërs met een eerste schip terug naar hun vaderland. Tijdens een kleine ceremonie aan de kade overhandigt een vakbondsman een Indonesische vlag in wit en rood aan de Indonesische actievoerder Jan Walando. Zijn dankwoord eindigt met de kreet van de onafhankelijkheidsbeweging: ‘Indonesia Merdeka!’ Het schip vaart weg, maar het echte verhaal achter deze reis is ‘het verhaal van de schepen die niet varen’. Eerst laten beelden uit Sydney de gemoedelijke omgang tussen Australiërs en Indonesiërs zien, op straat, in de danstent, in het leger. Door de oorlog zijn de Indonesiërs naar Australië gevlucht, maar nu de oorlog voorbij is denken zij aan de nieuwe natie en zweren trouw aan de republiek. Zij vieren de onafhankelijkheid met een feest met traditionele dans en muziek. Een cartoonist schetst de achtergrond van de onafhankelijkheidsstrijd: de Nederlanders strijken als koloniale heerser over Nederlands-Indië al drie eeuwen de winsten op van deze rijke eilandengroep, zo’n 100 miljoen dollar per jaar. Nu de Japanse bezetting van Nederlands-Indië voorbij is, willen de Nederlanders zo snel mogelijk met schepen in de havens van Brisbane, Melbourne en Sydney terug naar hun schateilanden om de oude macht te herstellen, schepen vol met soldaten en wapens. ‘Nee’, zeggen de  Indonesische zeelieden, ‘we zullen de schepen met Nederlandse munitie niet bemensen. We zullen geen wapens vervoeren die tegen onze eigen mensen worden gebruikt.’ Zeelieden verlaten de schepen, havenarbeiders leggen het werk neer. De acties aan het havenfront breiden zich snel uit. Vanaf een motorbootje worden Hollandse soldaten op het schip ‘Stirling Castle’ opgeroepen niet te vechten: ‘De oorlog is voorbij’. Boegeroep klinkt van het dek. Dan klinkt een stem uit de radio: 'Indonesië roept! Verklaar alle Nederlandse schepen besmet.'
Één schip blijkt er echter toch vandoor te zijn gegaan, nadat een Indische bemanning aan boord is geronseld om de muitende Indonesiërs te vervangen. De actievoerders van de blokkade gaan er met een motorbootje achteraan. Tevergeefs, het schip verdwijnt aan de horizon. Maar buitengaats denken de Indiërs na: ‘De strijd van Indonesië is onze strijd. Stop de machines...stop de machines!’ Het schip keert terug naar de haven. Aan de kade schreeuwen de actievoerders enthousiast: ‘Ze komen terug! Ze flikken het!’
Op de hoek van een straat komen Australiërs, Chinezen, Indiërs en Indonesiërs bij elkaar om het succes te vieren. Tijdens speeches wordt steun uitgesproken en geld opgehaald voor de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Aan het einde van de film lopen over de Sydneybrug mensen van vijf naties in een kleine demonstratie eendrachtig voorwaarts. Onder de brug liggen nog de schepen die niet uitvaren, opdat een jonge republiek kan leven.


Remarks Prod:


Propaganda voor Nederland en Nederlands-Indië
Wanneer Ivens in oktober 1945 vanuit zijn flat aan de Elisabeth Bay ziet dat er wat broeit aan de havenkant van Sydney, besluit hij zijn camera te pakken en er heen te gaan. Hij omzeilt politieblokkades op de kades en filmt de boycotacties van Nederlandse schepen die met munitie en troepen richting de jonge republiek Indonesië willen varen om de ´orde te herstellen´. ‘History in the making’, moet hij hebben gedacht, want ´het liefst word ik geschiedschrijver op celluloid genoemd´.1 Zijn intuïtieve besluit zal snel vergaande consequenties hebben, maar die vallen dan nog niet te overzien. Wel weet Ivens dat deze eerste opnames helemaal niet voor de film zijn die hij eigenlijk had zullen en willen maken. De plannen voor die oorspronkelijke film over de bevrijding van Nederlands-Indië stammen van ruim een jaar eerder, als Ivens in de Verenigde Staten woont. Herhaalde malen heeft Ivens tijdens de oorlog zijn diensten aangeboden aan de Nederlandse regering. Het Netherlands Information Bureau in New York maakt daar in 1943 dankbaar gebruik van door Ivens´ geruchtmakende film Nieuwe gronden uit 1934 om te vormen tot New Earth. Politiek onwelgevallige beelden knippen de ambtenaren eruit en vervangen die door plaatjes van o.a. Prins Bernhard en tulpenvelden, waaraan een voor het Amerikaanse publiek geschreven commentaar wordt toegevoegd. Via ambassades wordt de film wereldwijd met succes vertoond. Vanaf dat moment moet het idee zijn gerezen om Ivens ook voor propaganda van Nederlands-Indië in
te zetten.

Het beeld van Nederlands-Indië in Amerika
Sinds het begin van de oorlog buigt het Netherlands Information Bureau in New York zich het hoofd over het probleem hoe het Nederlandse beleid over de toekomst van Nederlands-Indië in Amerika te promoten.
2 President Roosevelt verklaart immers in het Atlantic Charter van zomer 1941 dat de bevolkingen van koloniaal bestuurde landen recht hebben op zelf beschikking.3 The New York Times poneert helder: ‘Geen druppel Amerikaans bloed voor de terugkeer van koloniale heersers’. 4 De Nederlandse ambassadeur in de VS komt in 1943 dan ook tot de conclusie: ’het koloniale tijdperk is volgens de Amerikaan voorbij en dus zal ook de status van Nederlands-Indië gewijzigd worden. Daar dit land uiteindelijk door de publieke opinie geregeerd wordt, is
het thans de hoogste tijd na te gaan wat gedaan zou kunnen worden om de publieke opinie ten opzichte van Nederland in Indië gunstig te stemmen’.5 Door een uitgelekt vertrouwelijk rapport komen Huib van Mook, luitenant-gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, en zijn rechterhand Charles van der Plas, er achter dat de VS vanwege de grote handelsbelangen dit eilandenrijk zelfs als testcase beschouwen. Van der Plas bedenkt een strategie om het Nederlandse beleid voor de Amerikanen aantrekkelijk te maken en hanteert daarvoor  trefwoorden als: ‘unity in diversity’, ‘building a community in which Indonesians, Dutch, Chinese and Arabs are equally at home, a community richer for its harmonious diversity, ready to fight for its ideals. A community
which may become a pattern for the world to copy’. Vooral moet er aandacht komen voor de geestelijke en sociale aspecten en niet alleen, zoals voorheen, voor de ondernemersactiviteiten en techniek. Welbekende
beweringen als ‘de Indonesiër is lui’, of ‘dat men geen hoger loon  moet betalen, omdat hij dan alleen maar korter gaat werken’ dienen achterwege gelaten te worden, zo stelt Van der Plas. Het streven naar ontwikkeling van de eigen cultuur van de Indonesiër en een harmonieuze supranationale staat moet benadrukt worden. Hij stelt vast dat er maar één Nederlandse filmmaker is met zowel voldoende ervaring als met een vooraanstaande positie in de Amerikaanse filmindustrie om enige indruk te kunnen maken op de Amerikanen. Eind september 1944 ontvangt Ivens een telegram om naar het Palace hotel in San Francisco te komen voor een onderhoud met Van der Plas, die hem voorstelt Film Commissioner te worden van Nederlands-Indië.

Een oorlogsfilmspecialist
Ivens is dat jaar, 1944, in Hollywood op allerlei manieren betrokken bij de vervaardiging van oorlogsfilms. Hij werkt voor United Artists (Lester Cowan Productions) aan een speelfilm over een Noorse kustvaarder met een vrouwelijke kapitein, waarmee een verzetsgroep naar Engeland ontsnapt. De mysterieuze Zweedse actrice Greta Garbo wordt benaderd om de hoofdrol van Woman of the Sea te spelen, maar zij ziet daar uiteindelijk van af. Voor een andere speelfilm, The Story of G.I. Joe, waarin de avonturen van oorlogsverslaggever Ernie Pyle in Italië centraal staan, treedt Ivens op als adviseur van een groot team scenarioschrijvers. Eerder heeft filmmaker Frank Capra beroep op Ivens gedaan om mee te helpen aan zijn bekende serie propagandafilms voor het Amerikaanse leger Why We Fight, Know Your Ally en Know Your Enemy. Materiaal uit Ivens´ Spaanse en Chinese oorlogsfilms The Spanish Earth en The 400 Million worden door Capra ingevoegd in Prelude to War en Battle of China, terwijl Ivens zelf een script schrijft voor Know Your Ally: Canada en begint aan de compilatie van honderden uren Japanse journaalbeelden voor Know Your Enemy: Japan. Vanaf een corvette van de Canadese marine filmt Ivens in 1941 de documentaire Action Stations! over de bescherming van koopvaardijschepen tegen de Duitse U-boten. Met Our Russian Front compileert Ivens in 1942 een beeld van het oorlogsfront van bondgenoot Sovjet-Unie. Met ervaring in zoveel landen en aspecten van oorlogsvoering mag Ivens met recht een specialist op het terrein van de oorlogsfilm worden genoemd. Wanneer Ivens als commissielid van de Academy of Motion Pictures, Arts and Sciences meebeslist over de Oscar voor de beste documentaire van 1944 wordt Fighting Lady gekozen, een Amerikaanse marinefilm over de Slag op de Filippijnse zee. In deze film zijn nieuwe technieken toegepast, zoals een camera in de neus van het vliegtuig, en is geschoten op 16 mm. kleurenfilm. Ivens geeft lezingen over oorlogsfilms en herhaalt zijn oude adagium: er is geen script mogelijk voor oorlogsfilms. Het script voor de film over de bevrijding van Nederlands-Indië heeft hij inderdaad niet kunnen bedenken.

Aanstelling Film Commissioner
Het overleg tussen Van der Plas en Ivens resulteert op 28 september 1944 in een aanstelling, die op 11 oktober wereldkundig wordt gemaakt. Charles van der Plas, edeleer van de Raad voor Nederlands-Indië, legt de intenties van de Nederlandse bestuurders uit: ‘It is considered of vital importance to the United Nations war effort and to ensure permanent peace in the Southwest Pacific that these films demonstrate the building of the future Indonesia in which both Dutch and Indonesians can and must co-operate on a footing of complete equality and mutual respect and appreciation to serve the great western ideals of freedom and democracy’.11 In het contract laat Ivens vastleggen dat zijn werk in de geest zal zijn van de uitgangspunten van het Atlantic Charter, zoals deze ook door de regering worden onderschreven, zo geloven beide ondertekenaars op dat moment. ‘Ik was erg blij met deze uitnodiging […]  en nog meer verheugd over de ruime politieke opvatting, waarvan het tot stand gekomen contract getuigde’, reageert Ivens. Op 18 oktober 1944 volgt een succesvolle persconferentie in de bibliotheek van het Holland House in New York en later een even geslaagde receptie in het Museum of Modern Art van ‘the man whose studio is the world’. De aanstelling heeft gelijk al het beoogde publicitaire effect.

Opbouw
Zijn eerste taak als ‘Film Commissioner for the Netherlands East-Indies (NEI)’ is filmteams te organiseren voor een serie ´hard-hitting´ oorlogsverslagen op 16 mm., opgenomen direct achter de frontlinies en gesproken in diverse Indonesische talen, die het dagelijkse gevecht tegen de Japanners moeten stimuleren. Persoonlijk zal Ivens de regie op zich nemen van een documentaire van speelfilmlengte over de bevrijding en toekomstige opbouw van Indonesië, met Nederlanders en Indonesiërs werkend op voet van complete gelijkheid. Daarnaast staat een serie educatieve films op stapel, met name om de jeugd te de-Japaniseren en bekend te maken met de cultuur van het land. Zijn vrouw Helen van Dongen zal zijn filmeenheid komen versterken en hij hoopt dat John Fernhout ook bereid is mee te doen.13 De voormalige cameraman van Ivens is echter op dat moment vanuit Londen met eenzelfde soort opdracht bezig voor de bevrijding van Nederland en is bovendien veel meer van zins op eigen kracht films te maken.

Problemen
Ivens bereidt in november en december zijn vertrek naar Australië voor, waar in afwachting van de bevrijding de Joris Ivens Film Unit zal worden opgebouwd. Hij bestelt camera’s, montage- en viewingtafels en geluidsopname-apparatuur, waarvan het grootste deel door de trage werkwijze van het bestuursapparaat hem echter nooit zal bereiken. Dan ontstaan onverwachte problemen met zijn uitreisvisum, dat lang op zich laat wachten. Bovendien weigert de Amerikaanse regering om een re-entry permit aan Ivens te geven. Volgens de inlichtingendienst is
Ivens een zogenaamde ´premature-anti-fascist´, hij heeft zich met zijn The Spanish Earth te vroeg anti-fascist getoond en dat duidt op communistische opvattingen. Zelfs de hulp van Archibald McLeish, nota bene de initiator van The Spanish Earth en opgeklommen tot onderminister van het State Department, kan daar niets aan veranderen.14 Van Mook begrijpt de afwijzing niet en schrijft: ´echter bestaat voor mij, na persoonlijke aanraking met hem, geen enkele reden om aan te nemen, dat de heer Ivens iets anders is dan een zeer menselijk voelend artiest´. Zonder de mogelijkheid om terug te keren naar de VS vertrekt Ivens op 7 maart 1945 naar Australië, Helen van Dongen achterlatend in de veronderstelling dat zij spoedig zal volgen.

In Australië
Als Ivens in het nieuwe land is aangekomen, proberen journalisten een beeld van hem te schetsen. ´The man who gave documentary film a punch, drama and a human touch´, zo introduceert de Oakland Tribune hem. ´Joris Ivens spreek je uit als ´Yorees Eevens´, schrijft een Australisch damesblad, ´hij is van middelbare lengte, donker, bijzonder aantrekkelijk, heeft een enorme vitaliteit en lijkt onvoorstelbaar jong.´ Ivens vertelt het blad dat twee vrouwen hem zullen helpen bij de films, zijn vrouw Helen van Dongen en de fotografe Marion Michelle. Om het niet onnodig gecompliceerd te maken laat Ivens de lezers onwetend over zijn relatie tot deze twee vrouwen. Met Helen van Dongen, de voormalige privé-secretaresse en handelscorrespondente van de CAPI-fotozaak in Amsterdam, heeft hij sinds 1928 een werkrelatie, die echter uitgroeit tot een liefdesrelatie. Zij verzorgt de montage van veel van zijn films en is hem in de Sovjet-Unie en Verenigde Staten gevolgd. Op 1 januari 1944 trouwen zij met elkaar in Los Angeles, waarna Ivens twee dagen later Marion Michelle ontmoet. Vanaf dat moment zijn Mrs. en Mr. Pumpkin, zoals ze elkaar liefdevol noemen, onafscheidelijk. Michelle heeft letteren gestudeerd in Chicago, een studierreis door Europa gemaakt waarbij ze ook de Sovjet-Unie heeft bezocht, en
foto-opdrachten gekregen van de groep linkse filmmakers in New York. Aan Helen van Dongen laat Ivens vanuit Australië via telegrammen en persoonlijke bezoeken van Van der Plas weten dat het veel veiliger en
praktischer is als zij in de VS blijft, waar zij als lid van de filmploeg hard aan de slag gaat met het educatieve filmproject.

Going North
Na zijn aankomst maakt Ivens in Camp Columbia in Brisbane, waar de bestuurders van Nederlands-Indië zijn ondergebracht, kennis met de Nederlandse gemeenschap. Volgens Van der Plas vertoont deze groep
alle bezwaren die aan zo’n gemeenschap verbonden zijn, ´helaas gecombineerd met de oude koloniale hoogheidswaanzin, die bij de plaats, welke wij hier innemen pijnlijk belachelijk aandoet’. Ivens observeert:
‘alles was gericht op: ‘zo gauw mogelijk naar Java terug en daar lekker het oude leventje voortzetten’.18 In april schrijft Ivens het script voor een documentaire over de terugtocht van de Japanners, waarin hij uiteindelijk
in Japan hoopt uit te komen. ‘I am striving to make this film of the liberation a completely factual one, I will make the film on the spot, using actual people and background. There will be as little faking as possible.´19 Nadat het Amerikaanse opperbevel toestemming verleent om in oorlogsgebied te filmen, is het wachten alleen nog op
het bijzonder schaarse filmmateriaal alvorens naar het noorden kan worden vertrokken. Als alles meezit, verwacht Ivens de film in september af te hebben. In het Nederlandse kamp maakt hij ook kennis met de luitenant-ter-zee Hubert Quispel, hoofd voorlichting van de Netherlands Indies Government Information Service (NIGIS) en verantwoordelijk voor de Film and Photo Unit (FPU). Hoewel er 70 mensen -voornamelijk Australiërs- voor de FPU werken, maakt deze filmstudio kwalitatief beperkte films en werkt hij even primitief als Ivens ooit zelf
op de zolder van Het Singel in Amsterdam werkte, toen hij er zijn eerste films monteerde.20 Van de politieke situatie schat Quispel in dat de Indonesische nationalisten zich uit lotsverbondenheid achter het Nederlands
gezag zullen blijven opstellen, hoewel ze al in 1941 als einddoel de ‘merdeka’ -de onaf hankelijkheid- hebben geformuleerd. Trots schrijft Quispel: ‘Nederland moest herrijzen en daarvoor zou Indië geen arbeid te zwaar, geen last te groot zijn’.

Achter de schermen
Na maanden wachten is er van vertrek nog steeds geen sprake. ´Never in my life and work was the start of a production so clouded in red tape and other disturbing things´, schrijft Ivens aan Helen van Dongen, ´everything slowed up or was blocked´. Het lange wachten heft echter een reden. Terwijl Van Mook, Van der Plas en andere militaire autoriteiten er openlijk blijk van geven Ivens te steunen in zijn´ voor het Koninkrijk zo belangrijke taak´, werken er achter de schermen enkele voor Ivens onzichtbare krachten tegen. Quispel ziet Ivens’ benoeming
namelijk als een grote bedreiging voor zijn eigen functie en doet er alles aan om Ivens’ positie te ondermijnen. Hij vraagt tegen de zin van de Nederlandse ambassadeur in de VS het veiligheidsrapport van de FBI over Ivens op. Samen met kolonel Simon Spoor, hoofd van de geheime dienst, de Netherlands Forces Information Service  (NEFIS) bewerkt hij vervolgens de Amerikanen, de pijlen zijn met name gericht op generaal McArthur, opperbevelhebber van de geallieerden in de Pacific. In een telegram aan hem schrijft de NEFIS op 25 april: ‘NEFIS desires Ivens not, repeat not, to be accredited because of background as revealed by investigation in United States. FBI considers GHA Ivens one of the most dangerous communists in United States. He is member of Communist Party in both Russia and Germany and friend of Soviet Vice- Consul for Pacific Coast’. Kolonel Spoor (de latere opperbevelhebber in Nederlands-Indië) gaat zelfs zover de vertrouwelijke correspondentie tussen Van der Plas en Ivens te ‘lenen’ om te proberen verdacht materiaal te vinden. Op 27 april bericht McArthur dat Ivens niet als oorlogscorrespondent zal worden toegelaten: ‘advise Netherlands Camp Columbia Boris Ivens will not be accredited by Uncle Sugar Army as war correspondent. He will also be banned from entry into Philippine territory’.

Een verdeelde mensheid
Van Mook voelt zich overvallen, ook omdat eerder gedane toezeggingen van de opperbevelhebber zijn ingetrokken, en hij constateert ‘een zekere tegenspraak in het feit, dat Ivens oorlogsfilms heeft gemaakt
voor de Amerikaanse en Canadese regering en dat men nu op grond van voor mijn gevoel weinig indrukwekkende en zeer losse feiten, deze extreme houding aanneemt.’24 Van Mook heeft hier gelijk in, want van
enig partijlidmaatschap van Ivens van de Russische of Duitse communistische partij is tot op heden, ook na het opengaan van veel archieven, niets gebleken. Aan de Russische vice-consul V.V. Pastejov van de Sovjet-Unie heeft Ivens inderdaad op een receptie een bezoek gebracht, maar daar zijn o.a. ook Charlie Chaplin, Olivia de Havilland, Cecil B. De Mille, King Vidor, Heinrich Mann en Lion Feuchtwanger bij aanwezig, naast prelaten van de Russisch orthodoxe kerk, zakenlieden en diplomaten, zoals in The Times staat te lezen. De Sovjet-Unie is tijdens
de tweede wereldoorlog immers een bondgenoot. Als Van Mook zelf inlichtingen inwint, krijgt hij te lezen dat Ivens definitief een communist is, weliswaar een ´small fry´, maar hij ´lekt als een zeef ´ en kan niets voor zich houden.25 Naar aanleiding van dit onverwachte, Amerikaanse besluit concludeert Van Mook met profetische kracht: ‘Wel past het in het beeld van de wereld, waarin weldra een deel van de mensheid alleen maar aan de ene, en een ander deel alleen maar aan de andere  kant zal kunnen vertoeven’. Ondertussen is Marion Michelle op 1 augustus na een lange bootreis in Melbourne gearriveerd.

Klaar voor vertrek
De weigering van de Amerikanen is ‘een échec voor de Nederlandse regering’, met vergaande gevolgen: Ivens kan zijn bevrijdingsfilm niet opnemen in het oorlogsgebied. Quispel doet begin augustus een verwoede poging nu zijn eigen filmdienst weer op te werpen als de toekomstige producent van alle overheidsfilms om zo Ivens´  filmwerk de pas af te snijden. Huib van Mook, toch al een druk bezet man, roept op 19 augustus Van der Plas, Quispel en Ivens bij elkaar om ´het Filmvraagstuk´te bespreken. Van Mook laat officieel vastleggen dat Ivens als Film Commissioner de leiding houdt en dat zijn contract wordt uitgevoerd. Bovendien komt Ivens direct onder het gezag van Van Mook te vallen, zodat hij toch overal kan filmen en geen accreditatie van de Amerikanen meer nodig heeft.27 Enkele voorstellen van Quispel, een ambtenaar die Van Mook niet hoog inschat, worden verworpen.
Ivens moet zich van Van Mook voorbereiden op een spoedig vertrek naar Nederlands-Indië om daar de geplande films te maken. Twee dagen later dient Ivens bij hem een plan in voor de afreis, waarin sprake is van het filmteam dat Ivens voor Nederlands-Indië formeert, met naast hemzelf twee Indonesiërs: R. Soedjono en J.A. Senduk, een Amerikaanse: M. Michelle, twee Canadezen: D. en J. Fraser en een Australische: J. Dunlop. Ondertussen heeft Ivens samen met Marion Michelle en Helen van Dongen degelijke rapporten samengesteld over een zeer ambitieus educatief filmprogramma voor het ministerie van Onderwijs.28 Van filmmateriaal uit 496 opgevraagde filmaktes zullen 50 films worden gecompileerd over onderwerpen die alle aspecten van de maatschappij bestrijken, van de geschiedenis van de tweede wereldoorlog tot het bestrijden van analfabetisme en voorkomen van epidemieën.29 Met eenvoudige titels ontvouwt zich een serie: ´how we eat´, ´how we live´, ´how we know each other´, how we learn´en ´how we work´. Op 31 augustus vliegt de Joris Ivens Film Unit naar Sydney in de verwachting spoedig in te schepen naar Nederlands-Indië.

Het rad van de geschiedenis
Terwijl Van Mook en Ivens hun filmplannen proberen te redden en Ivens nogmaals zijn loyaliteit aan hem en de regering betuigt, roept op 17 augustus 1945 in de tuin van zijn huis in Jakarta Achmed Soekarno samen met Mohammad Hatta de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Twee dagen na de Japanse overgave, afgedwongen door de atoomaanval op Hiroshima en Nagasaki. Het bericht van de onafhankelijkheid wordt via Radio Batavia onmiddellijk opgevangen in Australië. De leden van de Indonesische Zeelieden Bond in Woolloomoollo, in het kort ´The Loo´, een deel van het havenkwartier van Sydney, dansen van vreugde. Om hun jonge land te helpen, smeden ze plannen om boten te boycotten die Nederlandse munitie en troepen naar Indonesië vervoeren. Op 23 september verlaten de eerste Indonesische bemanningen schepen in de haven van Brisbane en zij krijgen spoedig de steun van de Australische havenwerkers. Op 28 september vindt de eerste demonstratie in Sydney plaats. Tegen het einde van september zijn al 1400 Indonesische zeelieden aan wal gegaan, die daar direct
voor hun muiterij worden opgepakt en geïnterneerd. Wanneer later Ivens wordt gevraagd waarom hij niet gelijk na 17 augustus zijn functie heeft neergelegd, verklaart hij dat de berichten van de onafhankelijkheid
maar zeer moeizaam doorkwamen. Waarschijnlijker is het echter dat hij uit plichtsbesef de houding van Van Mook afwacht. Op 14 september verlengt Ivens nog zijn jaarcontract met hem. Bovendien zijn er medewerkers in dienst van de Joris Ivens Film Unit en hij kan hun baan niet zomaar op het spel zetten. Het educatief filmprogramma, waar Van Dongen en Michelle hard aan werken, komt juist in een stroomversnelling, en ook daarvoor worden contracten getekend. Op 15 september zit Charles van der Plas al op Java, waar hij een arrestatiebevel uitvaardigt tegen revolutionaire leiders als Soekarno. Hij heeft al zijn hoop gesteld op de gematigde nationalisten, op een bijna mystiek ‘sacred nationalism’.34 Hij heeft niet zien aankomen dat twee miljoen radicale Indonesische jongeren zich onder de Japanse bezetting hebben voorbereid op hun strijd voor onafhankelijkheid na afloop van de oorlog. Die dag begint de Bersiap, vernoemd naar de strijdkreet van de jongeren ‘Weest paraat!’, een extreem gewelddadige periode, die duurt tot december 1946. Op 1 oktober reist Van Mook vanuit Australië naar Batavia, Ivens achterlatend met de vraag of ze hem nog wel over willen laten komen nu de situatie zo snel radicaliseert. Ivens lijdt inmiddels aan hevige astma-aanvallen. De oorzaak is overigens tamelijk prozaïsch, hij is vermoedelijk aangestoken door een bomensoort die veelvuldig in Sydney bloeit.

De eerste acties in oktober 1945
Onder het gejoel van ´Down with the Dutch!´ en ´Merdeka!´varen 1400Indonesiërs op het Britse lijnschip ‘Esperance Bay’ op 13 oktober de haven van Sydney uit. Onder hen de vele muiters van de voorgaande
weken die door de Australische regering nu snel worden gerepatrieerd met de belofte dat ze in het republikeins deel van Indonesië zullen worden afgezet. Ivens schiet er de eerste opnames voor wat later de film Indonesia Calling is gaan heten, genoemd naar de radiozender van de jonge staat. De daarop volgende dagen lopen steeds meer Indonesische zeelieden weg van hun schepen, gesteund door havenwerkers. Nu de boycot om zich heen grijpt, rijpt het idee van een film en Ivens schrijft met Michelle tussen 24 en 27 oktober een eenvoudig script.
Op 30 oktober: ‘First day’s shooting, godhelpus’, noteert Michelle in haar dagboek. De Britse cameraman Axel Poignant, ‘geleend’ van Harry Watts’ productie The Overlanders, blijkt te nerveus en temperamentvol. Indonesiërs herinneren zich hoe hij zich eerder arrogant heeft gedragen, reden waarom hij wordt vervangen door John Heyer, ‘de vader van de Australische documentaire’ en eveneens afkomstig van The Overlanders. Filmmateriaal is er nauwelijks, ook omdat op last van de inlichtingendienst Eastman KODAK weigert Ivens onbelichte film te verkopen, zodat hij aangewezen is op wat restmateriaal van teruggekeerde Australische militairen en van wat Harry Watt over heeft van zijn filmproductie. Een oude camera van het Australische leger en een oude Kinamo van Poignant, daar moet de ploeg het mee doen. Het veermechanisme van de Kinamo is echter kapot, de lenskappen ontbreken en de camera lekt licht. ‘I’am desperate, with all faith gone and we are set back three weeks’, vat Michelle de eerste dag samen.
De tweede draaidag is op 4 november ‘s ochtends vroeg, het Britse schip ‘Stirling Castle’ komt vanuit Nederland met 1600 man Nederlandse troepen aan boord de haven binnen. Met een motorbootje varen Jack Zwolsman, een gedecoreerd militair uit de eerste wereldoorlog, Newell Carruthers, een vakbondsman en de Indonesiër Ray Mongingka, hen tegemoet. Journalisten roepen hen toe dichter bij het troepenschip langszij te gaan, om spannende foto’s te kunnen maken. Met een megafoon schreeuwt Zwolsman in zijn beste Nederlands -hij woont al ruim dertig jaar in Australië- enkele zinnen naar de soldaten over het respecteren van het Atlantic Charter. Vanaf het dek klinkt boegeroep, er worden volksliederen gezongen en er wordt met vlaggen van het koninklijk huis gezwaaid. Het regent lege flessen, afval, groente, stukken ijzeren en hout naar beneden.38 Zwolsman komt onder overboord gegooide olie te zitten.

Everything Dutch is black
Op 5 november wordt het afscheid van de ‘Esperance Bay’ van een maand eerder, met de speech van vakbonds-leider Elliott en actievoerder Walando, in scène gezet. Wanneer enkele dagen later de troepen van de ‘Stirling Castle’ worden overgezet op de ‘Moreton Bay’, deserteren 11 Britse zeelieden. Het Australisch bioscoopjournaal van 16 november vertoont beelden van een nieuwe actie om vanaf een motorboot, op het dak voorzien van drie grote luidsprekers, de troepen over te halen het voorbeeld van deze deserteurs te volgen.39 De Chinese bemanning op het nabijgelegen Nederlandse hospitaalschip ‘Tjitjalengka’ weigert verder dienst, nadat die er achter komt dat het geschilderde Rode Kruis slechts een voorwendsel is om de boycot te omzeilen en dat het schip toch troepen en munitie zal vervoeren. De solidariteit breidt zich snel uit, en in de haven van Brisbane kan de Nederlandse bemanning van het schip ‘Bontekoe’ geen kruidenier, bakker, slager of waterleverancier meer vinden. In totaal anderhalf miljoen leden van 30 Australische vakbonden onderschrijven de boycotactie ´Everything Dutch is black´.
Tot aan 1949 worden 559 schepen geboycot, een van de succesvolste boycotacties ooit.
Met Eddie Allison, leider van de New Theater Guild, richt Ivens het Australasia Film Syndicate op om de film te produceren. De financiering van de film is vrijwel uitsluitend te danken aan een lening van Eddie’s vrouw Eileen. Hoewel op de begintitels van de film staat vermeld dat de Australische vakbonden de film presenteren, is hun financiële bijdrage minimaal. Actrice Catherine Duncan, af komstig van de New Theater, biedt haar hulp aan voor het schrijven van de commentaartekst van ‘The Story of ships that didn’t sail’. Zij is een van Australië´s populairste hoorspelactrices, wint met co-acteur Peter Finch een Oscar, en ontmoet Joris Ivens als zij een opdracht voor de FPU verricht. Zij introduceert Ivens bij de Indonesische actievoeders, van wie de harde kern wordt gevormd door voormalige gevangenen uit het beruchte Nederlandse verbanningskamp Opper-Digoel. Sinds 1927 houden Nederlanders daar nationalisten als Soekarno, Hatta en Sjahrir en communisten gevangen.
Een deel wordt snel na de inval van de Japanners overgevlogen naar een geheim kamp op Australisch grondgebied. Als na acties de Australische regering lucht krijgt van deze illegale internering moet Nederland een aantal van hen vrijlaten, die zich meteen organiseren in diverse comités.

Clandestien
Een wisselende groep mensen werkt mee aan de opnames. Naast John Heyer, Harry Watt en Alex Poignant zijn dat Ken Coldicutt en Arthur Higgins, maar Marion Michelle schiet het leeuwendeel van de opnames.  Zij moet al haar hoogtevrees overwinnen om over smalle planken een toren op te klimmen voor een overzichtsopname van het havengebied. Voor Ivens is filmen te gevaarlijk, zeker nadat een krantenartikel op 5 november de opnames vermeldt. Het is voor de autoriteiten niet duidelijk wie achter deze film zit. De Nederlandse inlichtingendienst van de NIGIS vermoedt dat Ivens bij de opnames betrokken is en laat hem schaduwen door een undercover-agent. Deze man rapporteert: ‘Mr. Joris Ivens might be identified with the film in some way although no acts were available to establish this’. Joris Ivens organiseert de opnames als ‘een ervaren guerillaleider’, in samenwerking met de Indonesiërs, die zeer gedisciplineerd zijn: ‘Be on wharf 8 at 10 AM, forty of you in working clothes. Walk off the docks in groups of 2 and 3, talking together, serious, and continue up the hill! When you’ve finished, go back and do it again so we can use the telephoto lens. When there is any difficulty, disperse’. Als de politie inderdaad ingrijpt, is de opname afgelopen. Veel scènes worden van tevoren uitgedacht en met niet-acteurs gefilmd, zoals de straatscène van moeders met hun kinderen op de hoek van King’s Cross, of de lachende officieren die de officiersmess verlaten. Vaak wordt gebruik gemaakt van een verborgen camera. Michelle verkleedt zich als amateur fotografe om de graffiti tegen de Hollanders te filmen, de camera zit in een lunchbox om de actie van de zeelieden te filmen.
Nu Ivens het gesnuffel van de Nederlandse inlichtingendienst in de gaten heeft en merkt dat de belangstelling ook vanuit de pers groeit, beraamt hij een nauwkeurig getimede actie om duidelijkheid te scheppen in zijn situatie. Als bovendien Van Mook en Van der Plas niet reageren op twee telegrammen van Ivens met de mededeling dat hij wil komen en ondertussen de opnames uitdijen tot een serieuze film, beëindigt hij zijn werk als Film Commissioner.45 M’n aftreden was niet een bevlieging, maar een lang doordacht en overwogen daad. Het was niet gemakkelijk’, schrijft hij aan zijn moeder.

21 november
Op woensdag 21 november laat Ivens eerst enkele brieven posten, o.a. aan het gouvernement in Batavia en aan Van der Plas. ‘Waarde Van der Plas. Het spijt me meer dan ik zeggen kan, dat ik mijn werk dat ik met zoveel enthousiasme en hoop begon, nu moet neerleggen. Er staat mij geen andere weg open. Als onafhankelijk artiest kan ik geen film maken, die tegen mijn overtuiging zou ingaan. Ik geloof er niet meer aan, dat de daden van de regering geleid worden door de rechtvaardige idealen die jij en ik nastreven of nastreefden, toen wij het contract voor Filmproductie in Indonesië in San Francisco tekenden. […] Ik vind, dat de regering op een ogenblik dat zij ruim van zin en blik had moeten zijn, ernstig faalde, en dat het daardoor steeds moeilijker zal worden om een gezonde oplossing in Indonesië te vinden, die het Nederlandse Volk als geheel (en niet een kleine groep) en het Indonesische Volk voorspoed zal moeten brengen. De woorden en beloften vanuit Holland waren groot, de daden klein – er is meer grootheid in het Nederlandse volk dan dat’.
’s Avonds belegt Ivens een persconferentie in hotel ‘Australia’ voor een nieuwsgierige pers. De volgende dag staat het nieuws van zijn aftreden wereldwijd in vele kranten, o.a. op de voorpagina van The New York
Times. Ivens besluit zijn verhaal met de woorden: ‘Every nation –Holland, America, France and Australia- has found it necessary to strive for freedom and independence at a certain point of its national history:  there is a road to freedom for all peoples in the World. The Documentary Film should record and assist the progress along the road’.
Noch Van Mook, noch Van der Plas reageert op Ivens’ brieven, maar Van Mook moet een gedicht geschreven hebben, waarin hij zijn gevoelens afreageert: ‘Good morning, my bright international mate / My outstanding genius in problems of State / I trust all is clear in that wonderful mind / Which last night remodelled the whole mankind / My juvenile jackass, my dim witted duffer / You say you feel awful? Well goddam it, suffer.’

Verrader van zijn land
Alfred Schuurman, woordvoerder van de Nederlands-Indische voorlichtingsdienst, reageert de volgende dag: ‘Ivens heeft niet alleen aan de integriteit van eigen volk en regering getwijfeld, maar zichzelf tot uitgestotene gemaakt in de ogen van ieder waar Nederlander door de belofte van de Koningin in twijfel te trekken. Deze week heeft de koningin nog volledig zelf bestuur beloofd zonder represailles. Hij is een verrader van de koningin en zijn land.’50 Aan dat standpunt zal het ministerie van Buitenlandse Zaken nog decennia lang vasthouden. ‘Het is geen anti-Nederlandse film’, herhaalt Ivens voortdurend, ‘het is een antikoloniale film’. Een paar dagen later neemt de gehele Joris Ivens Film Unit in navolging van Ivens ontslag. De Nederlandse autoriteiten willen een onaangename stemming voorkomen, maar vijf dagen na Ivens´aftreden wordt al geopperd zijn paspoort in te trekken: ´In hoeverre de heer Ivens uit hoofde van de handeling vervallen kan worden verklaard van zijn Nederlanderschp, is mij niet bekend. In ieder geval heb ik aan verschillende Consulaten opdracht gegeven, dat hem geen Consulaire hulp meer mag worden vertrekt en dat, indien mo gelijk, zijn paspoort moet worden ingehouden´. Op grond van welke wettelijke basis is echter onduidelijk.

Een erezaak
De beschuldigingen aan Ivens’ adres worden aangevuld met het verwijt dat hij ‘criminele handelingen’ zou hebben verricht: hij zou met Hollands belastinggeld betaalde apparatuur en salaris hebben misbruikt voor een ‘anti-Nederlandse film’. De insinuaties komen van Fred Daniell, rechterhand van Hubert Quispel en in dienst van de Australische inlichtingendienst. Een accountant heeft echter in opdracht van de NIGIS meteen gecontroleerd of alle goederen van de Joris Ivens Film Unit zijn ingevorderd en stelt vast dat er niets mis is met de financiering van Ivens’ filmeenheid. Ivens beschouwt de correcte af handeling als een erezaak en krijgt nota bene van Van der Plas zelfs de gelegenheid apparatuur te kopen, waarvan hij geen gebruik maakt. Ondertussen komt de filmpropaganda van Nederlands-Indië door het vertrek van Ivens in het gedrang. Nog in januari adviseert consul-generaal J.B.D. Pennink om Ivens aan te stellen, zodat ‘het genie van de heer Ivens ten voordele van de Ned. Zaak zou zijn aan te wenden’.57 De nieuwe consulgeneraal Zijlstra polst ook serieus onder welke voorwaarden Ivens toch weer voor de regering zou willen werken.58 Het stopzetten van het documentaireproject hoeft immers het doorzetten van het educatieve project en onderwijsprogramma niet tegen te houden. Tot in maart 1946 blijft Ivens meewerken aan adviezen voor het educatieprogramma van het ministerie van Onderwijs. Ivens’ baan als Film Commissioner wordt door een wonderlijke speling van de geschiedenis overgenomen door twee van Ivens’ collega’s uit de Filmligatijd: Mannus Franken, met wie Ivens Regen en Branding heeft gefilmd en J.C. Mol, de maker van Uit het rijk der kristallen. Beide filmmakers zijn al voor de oorlog in de bescheiden filmindustrie van Nederlands-Indië werkzaam. In januari vindt een week lang overleg plaats tussen Mol, Ivens en Quispel, waarbij de plannen van overdracht worden doorgenomen. Ivens staat erop dat de positie van Helen van Dongen blijft gehandhaafd en haar contract wordt uitgevoerd.

Montage
In januari begint in de studio van Mervyn Murphy in Sydney de montage van het moeizaam vergaarde filmmateriaal, dat bovendien van uiteenlopende kwaliteit is. ‘Murph’ reageert ontzet als hij de rushes ziet: ‘Als Ivens een tweeakter uit dit materiaal kan halen, kan ik Ben Hur in mijn achtertuin maken’.60 Bijna al het geschoten materiaal, volgens Catherine Duncan slechts zo’n 25 minuten aan bruikbare opnames bij elkaar, moet in de film worden verwerkt. ‘Ivens is een soort tovenaar’, herinnert Duncan zich, ‘hoe belangrijk kunnen vier, vijf, zes frames wel niet zijn. Bijvoorbeeld de Indonesiër Pete die zijn vinger opsteekt en ‘Shhhht’ zegt bij de radio om zo het Nederlandse boegeroep vanaf het dek het zwijgen op te leggen, dat in de scène daarvoor klinkt’. De Commonwealth Police bezoekt de studio en eist het filmmateriaal te zien, maar een medewerkster weigert.62 Tot eind februari wordt er nog gefilmd en gemonteerd. Als dat afgerond is, stort Ivens in en blijft hij ziek op bed liggen, geveld door bronchitis en astma. Als zijn ziekte verergert, wordt hij acuut in een ziekenhuis aan de zuurstofcilinder gelegd. Nadat hij het ziekenhuis heeft verlaten, vertrekt hij samen met Michelle naar de hoog gelegen Blue Mountains, om er in de ijle lucht verder te herstellen. Hij is er nog zo beroerd aan toe dat het zelfs de vraag is of hij de première van zijn film op 9 augustus 1946 in Sydney kan bijwonen. Volgens Michelle is de breuk met zijn vaderland de oorzaak van zijn instorting.

Première
Op 9 augustus 1946 gaat Indonesia Calling, nog zonder de titels met de namen van de makers en zonder de begeleidende marsmuziek, in Sydney in première. Enkele Hollandse officieren willen de boel komen verstoren, maar raken onder de indruk van de film. ‘This is the beginning of labor films, Autralian labor has got its first film', merkt Ivens trots op. Na afloop vieren de medewerkers, die nog geen cent verdiend hebben aan de film, feest in het appartement van Catharine Duncan. Twee kopiëen met een Maleisische versie gaan met het schip ´Manoora´ naar Java, waar deze in Jogjakarta zullen worden gekopieerd. Na de première in Australië is er echter geen enkele commerciële distributeur te vinden die de film wil vertonen. Er is geen geld om ‘Murph’ of de andere medewerkers te betalen, een situatie die Ivens al eerder bij de productie van Borinage en The Spanish Earth heeft meegemaakt. Vanuit Blackheath schrijft Ivens aan Eddie Allison, die de distributie op zich neemt: ‘It is a hard up-hill struggle, as all our work is. I never anticipated that the release would be so difficult’. De Commonwealth Film Censorship Board verbiedt de export van de film, omdat ‘it would offend the people of a foreign country’. Door de export ban komt er ook al geen geld binnen van buitenlandse verkopen. Vrienden van Ivens als Eddy Allison en Jim Healy laten de film echter aan enkele ministers zien, die Indonesia Calling een ´hot potato´noemen en beloven de ban op te heffen na de verkiezingen in september. Premier Fraser zegt in het parlement: I’ve seen the film and there is no Communist propaganda in it’. Het exportverbod wordt na de verkiezingswinst van Labour in november inderdaad opgeheven, zodat de film in o.a. de VS en Groot-Brittannië kan worden verkocht. De minister van buitenlandse zaken van Indonesië, Mohammed Hatta, bedankt Joris Ivens in een brief voor zijn solidariteit met de Indonesische republiek.

Comments:

Duncan, Catharine

Context:


Australisch front
Indonesia Calling speelt zich geheel in Australië af en niet in Indonesië. Dat het front van de republiek zich in de eerste maanden na de onafhankelijkheidsverklaring in de havens van Australië bevindt, komt door het machtsvacuüm op het eilandenrijk zelf: het Japanse leger heeft zich overgegeven en er zijn nauwelijks Nederlandse of geallieerde troepen om het nieuwe Indonesische gezag te betwisten. In die cruciale maanden moeten solidaire Indonesische republikeinen in de Australische havens, waar een vloot van 18 Nederlandse schepen voor anker ligt, de terugkeer van het Nederlandse leger zien te voorkomen.  Desondanks slagen in november 1945 de eerste Nederlandse bataljons erin Java te naderen, maar zij worden door de Britten onder leiding van Mountbatten teruggestuurd naar Malakka. De Britten hebben op 15 augustus 1945 het geallieerd opperbevel overgedragen gekregen van de Amerikanen en voelen er weinig voor veel bloed te vergieten voor het
herstel van het Nederlandse kolonialisme. Met enkele bataljons trekken de Britten voornamelijk naar grote steden, maar laten het Indonesisch zelf bestuur grotendeels ongemoeid. Mountbatten wil de Nederlandse
regering onder druk zetten om met de Indonesische republikeinen te onderhandelen. In Den Haag worden de nationalisten echter als collaborateurs van de Japanners gezien, met wie Van Mook onder geen beding mag spreken. Van Mook zit daarmee in een onmogelijke positie. Zijn grootse grief is echter niet gericht tegen de Britten, maar tegen de Australiërs. Een Australisch parlementslid merkt in 1947 op: ‘Australia has virtually been at war with the Dutch for two years, except for the shooting’. Ondanks de gastvrije ontvangst van het Nederlands-
Indisch bestuur gedurende de oorlog slaat de politieke steun van Australië aan de onafhankelijke noorderburen diepe wonden.

Internationaal pokerspel
Bij de Indonesische nationale revolutie zijn behalve de 70 miljoen Indonesiërs de grootmachten van de Verenigde Staten en de Sovjet Unie betrokken, naast Engeland, Japan, Australië en Nederland. Tussen deze partijen ontstaan allerlei snel wisselende allianties en vijandelijkheden, maar Nederland blijkt in dit internationaal pokerspel de enige speler die geen einde wil maken aan 300 jaar koloniaal bewind. De positie die Ivens met zijn film Indonesia Calling inneemt, sluit aan bij de internationale politiek van de meerderheid van de westerse landen en is eigenlijk alleen binnen de Nederlandse politieke situatie omstreden. Noch politiek noch diplomatiek, militair of publicitair kan Nederland enig gewicht in de schaal leggen, zodat de uitkomst bij voorbaat vaststaat. ‘Je kunt een vloedgolf niet tegenhouden met de handen’, merkt een toenmalige minister op.70 Onder sterke internationale druk tekent Nederland na ruim een jaar van schermutselingen op 16 november 1946 de akkoorden van Linggadjati, waarin althans voor een deel -en naar snel blijkt ook tijdelijk- het bestaan van de republiek Indonesië wordt erkend.
Op 27 december 1949 wordt na felle internationale af keuring van de politionele acties de definitieve soevereiniteitsoverdracht getekend. Pas in 2005 erkent de Nederlandse regering de datum van 17 augustus 1945
als officiële begindatum van de onafhankelijkheid van Indonesië.

De eerste antikoloniale film
Indonesia Calling wordt beschouwd als de eerste activistische antikoloniale film, als voorloper van een stroom aan films voor nationale onafhankelijkheid in de Derde Wereld, die in de jaren 50 tot 70 het dekolonisatieproces
weergeven. De antikoloniale film zet zich bewust af tegen het al dan niet verhulde superioriteitsgevoel van de koloniale film die gebaseerd is op het principe dat ‘koloniale exploitatie een recht is, nu eens als het recht van de Christen tegenover de niet-Christen, dan weer als het recht van de cultuurmens tegenover de primitief of van de
blanke tegenover de gekleurde, maar in de grond steeds als het natuurlijk recht van de sterke tegenover de zwakke´. Joris Ivens is opgegroeid met dit koloniale beeld. Zijn vader verzorgt in zijn fotozaak, die veel handel drijft met Nederlands-Indië, reproducties van koloniale beelden op foto’s en glasplaten voor educatieve doeleinden. Zijn zussen verkleden zich in 1919 als Indonesiërs en rijden op Wereldmissiedag door Nijmegen op een door paarden voortgetrokken platte wagen met een grote wereldbol waarop Nederlands-Indië extra is aangeduid. In het Nederlandse koloniale beeld, vaak optimistisch en zorgeloos met geen of nauwelijks oog voor de schaduwkanten van zijn kolonialisme, bepaalt de westerling wat ‘het typisch Indische’ is en presenteert hij ‘het andere’ als exotisch en onderdanig. De Nederlander wordt voorgesteld als brenger van modernisme en vooruitgang onder het motto ‘daar wordt iets groots verricht’. De koloniale film heeft echter een dubbel gezicht,
hij laat weliswaar met name de visie van de westerse makers, maar toch ook glimpen van de identiteit van de lokale bevolking zien.

Door duisternis tot licht
Een respectvol beeld van het vooroorlogse Nederlands-Indië laat Mannus Franken zien in lyrische films als Tarah Sebrang (1935) en Pareh, het lied van de rijst (1936). Op 21 november 1945, juist op de dag dat Ivens aftreedt als Film Commissioner, vertrekt Franken per schip uit Nederland om zijn filmwerk voort te zetten in bevrijd Nederlands-Indië. Hij werkt samen met J.C. Mol aan de opbouw van het Gouvernementsbedrijf Multifilm-Batavia, een samenbundeling van Quispels’ NIGIS en J.C. Mols Multifilm-Batavia, gevestigd in de studio´s van Meester Cornelis, net buiten Jakarta. De apparatuur die eigenlijk voor Joris Ivens Film Unit is bedoeld, weet Quispel ondanks de havenblokkades van Jakarta verscheept te krijgen voor gebruik door Mol en Franken. Zij vervaardigen een grote serie weekjournaals getiteld Wereld in Wording en enkele documentaires, waarvoor zij verantwoording schuldig zijn aan de Regerings Voorlichtings Dienst (RVD). In de gespeelde documentaire Twee handen ineen (1948) helpen Nederlandse planters en soldaten de plattelandsbevolking tegen terroriserende ‘roversbenden’, waarmee de Indonesische republikeinen worden bedoeld. De film wil een rechtvaardiging presenteren voor de politionele acties van het Nederlandse leger. Met Door duisternis tot licht (1947) maken Franken en Mol de bevrijdingsfilm waarvoor aanvankelijk Ivens is aangetrokken, geheel overeenkomstig de officiële regeringsvisie. De film toont geen eenvormige staat, maar een federatie van  gebieden met een grote diversiteit aan culturen, dienend onder de Nederlands-Indische Unie. De koningin streeft namelijk naar een dominionstatus van de diverse eilanden. Daarin speelt de republiek Indonesië geen speciale rol, reden waarom de makers erin slagen Soekarno of de republiek geheel te
negeren. Wel zijn een paar schokkende beelden van het extreme geweld tijdens de Bersiap ingevoegd.

Staat in wording
In een lange brief aan zijn moeder in augustus 1946 geeft Ivens enkele aanwijzingen hoe zijn bevrijdingsfilm er uit zou hebben gezien: ‘ik studeerde de oude Javaanse tekenkunst en schaduwspelen om nieuwe dingen te ontdekken op tekenfilmgebied -om Indonesiërs met hun oude nationale stijl, alleen en zuiver te laten werken, zonder de beroemde supervisie van de Westerse kunstenaar. Je hebt maar aan te boren bij de Indonesiërs een enorme latente kracht en kunstbewustzijn, laat het maar aan hen over. U zult zien als ze werkelijk vrij worden, hoe dan hun culturele leven zal opbloeien, en hun kunst’. Aspecten van de Indonesische cultuur zijn in Indonesia Calling zichtbaar in de dansscène in de Indonesische Club in Georgestreet in Sydney en het muziekoptreden op straat. In hun culturele benadering onderscheiden Ivens enerzijds en Mol en Franken anderzijds zich nauwelijks van elkaar, in de politieke boodschap des te meer. De bevrijdingsfilm van Ivens zou vermoedelijk meer hebben geleken op de beeldreportage van Cas Oorthuys, gemaakt in de eerste maanden van 1947 voor het fotoboek Staat in wording. Oorthuys had nog als jonge student in 1931 met Ivens samengewerkt in de Vereeniging van Arbeidersfotografen (Arfot). Uit deze periode heeft Oorthuys de activistische spontaniteit en directheid behouden en in zijn stijl verrijkt met een afgewogen ‘wederopbouw’-esthetiek. In Staat in wording is -geheel in de geest van de akkoorden van Linggadjati- de aandacht voor Nederland en voor de Indonesische republiek evenwichtig verdeeld. Soekarno, het Indonesische parlement, de jeugd en de bestuurders komen positief in beeld. De gruwelijkheden worden nauwelijks getoond, want het boek staat in het teken van de hoop, dat beide volkeren het verleden vergeten en bouwen aan ‘samenwerking in vriendschap en gelijkheid’.

Naar nationale filminstituten
Uit de directe bemoeienis van bestuurders en politici met de functie van Ivens en de inhoud van de films van Mol en Franken blijkt het toegenomen belang van de documentaire filmkunst, die op dat moment nog maar twintig jaar bestaat. De enorme propagandistische waarde van documentaires tijdens de tweede wereldoorlog is daar debet aan. Daarvoor, in de jaren dertig, hadden bedrijven voor hun reclamebeleid en public relations de documentaire al ontdekt, evenals publieke instellingen. Het groeiend maatschappelijk belang vindt zijn weerslag in de oprichting en organisatie van nationale filminstellingen. Zo richt de Schotse documentairefilmmaker John Grierson in 1939 de National Film Board of Canada op. Daarmee kan een permanente structuur worden opgebouwd om van overheidswege een continue stroom aan veelsoortige documentaires te produceren. Als Ivens de functie van
Film Commissioner krijgt toebedeeld, een functie die alleen te vergelijken is met die van Grierson, kan hij al bogen op enige ervaring met vergelijkbare organisaties. Voor de US Film Service, de filmdienst van de regering Roosevelt, heeft Ivens een film gemaakt, evenals voor Griersons Filmboard. Daarnaast is Ivens voorzitter van de Amerikaanse Association of Documentary Film Producers, waarmee hij eveneens de verbetering van het productieklimaat wil bewerkstelligen. Hoewel Ivens zich een filmman noemt en geen ‘deskman’, beschikt hij over organisatorisch en diplomatiek talent, wat hem geschikt maakt voor deze functie. Catherine Duncan concludeert dan ook over Ivens’ verblijf in Australië: Joris Ivens stayed two years with us and made one documentary of two short reels, and yet, his influence on Australian film makers is still apparent in documentaries being made today, in the existence of a National Film Board, and a growing interest in a National Film Archives’.

Actief burgerschap
Op 25 juni 1945 houdt Ivens een toespraak bij de oprichting van de Australian National Film Board, waarin hij uitlegt dat voor de nationale ontwikkeling van een land de documentairefilm niet alleen de levens, de behoeften, de plannen en aspiraties van het land moet uitdrukken, maar ook moet aansporen tot een beter, actiever en fantasievoller burgerschap. Documentaire is niet zozeer uitgevonden door producenten, kunstenaars en opvoeders, maar is de uitdrukking van een natuurlijke behoefte van een volk om zich over maatschappelijke feiten, acties en situaties uit te drukken, zo luidt Ivens’ stelling. Na zijn aftreden als Film Commissioner van Nederlands-Indië biedt hij aan een vergelijkbare functie te vervullen voor de Indonesische republiek. Hij ontvangt een bevestigend antwoord als hij net is ingescheept naar Europa, maar hij besluit eerst een opdracht in Oost-Europa aan te pakken. Aan boord schrijft Ivens voor de Nederlands-Indische overheid op basis van eerdere plannen een uitgebreide opzet voor een National Film Board of Indonesia. Ook daaruit blijkt dat hij de functie van Film Commissioner niet zozeer heeft willen gebruiken om regeringspropaganda te bedrijven, als wel om de maatschappelijke rol van de documentaire positief en vooruitstrevend in beeld te brengen. ‘The film is an ideal medium by which the people of Indonesia can observe the historical, economic and cultural development of the other nations of the world, and at the same time, it will give a new impulse to the national art and culture of Indonesia itself’.84 Dit model van de ontwikkeling van een nationale filmcultuur van onderaf zal Ivens na Australië in vele, met name ontwikkelingslanden proberen actief te stimuleren. O.a. in Cuba, Chili, Laos, Vietnam en China is Ivens actief in de opleiding van jonge filmmakers. In Mali maakt Ivens in 1961 de eerste film van deze net onafhankelijke geworden staat, een film die de basis zal vormen van de nationale filmindustrie.

Paspoortaffaire
Vanaf de actie van Quispel om het veiligheidsrapport van de FBI op te vragen volgt een decennia lang schimmenspel van ambtenaren van inlichtingendiensten en ministeries, waarin Ivens de rol van kwade genius
krijgt toebedeeld. Nadat mr. Manderson Ivens heeft geschaduwd, worden vervolgens Ivens’ naaste medewerkers en vrienden gescreend. Van Catherine Duncan wordt in een geheim rapport beweerd dat ze zeker een communiste is, met iedereen naar bed gaat en dat gebruikt om informatie los te krijgen die ze doorspeelt aan o.a. Ivens. Zij ondervindt niet alleen reputatieschade van deze beschuldigingen, ze moet ook ontslag nemen bij de Australian National Film Board, nadat ze de allereerste filmproducties van deze organisatie heeft gerealiseerd. Zelfs Ivens’ eerste vrouw, Germaine Krull, wordt nagetrokken, hoewel Ivens en zij al ruim 15 jaar uit elkaar zijn en zij ver uit de buurt, in Bangkok, woont. Mogelijk dat na de Linggadjati-akkoorden het ministerie van Buitenlandse Zaken een zondebok zoekt voor het falen van het eigen beleid en het verlies van Nederlands-Indië. Op 5 f ebruari 1947 vraagt een ambtenaar aan de minister ´wellicht bestaat er voor u aanleiding tegen betrokkene bij aankomst in Nederland een gerechtelijke vervolging te doen instellen wegens zijn anti-Nederlandse activiteiten´.87 Op
21 april 1947 rapporteert de afdeling politie aan het ministerie van Justitie te achterhalen wie ‘de Nederlandse communistische deserteur uit de Nederlandsch-Indische Gouvernementsdienst’ is’.

Illegale actie
Het ministerie van Onderwijs tracht op 1 juli 1947 vertoning van Indonesia Calling op een jeugdcongres in Praag door een Indonesische delegatie te voorkomen. Een geheim agent, wiens naam bij ´de baas´ bekend is, zal de film vlak voor vertoning in handen proberen te krijgen en verdonkeremanen.90 Hij wordt echter teruggefloten, want ´bij mislukking der poging kunnen eventueel complicaties van hogere orde gevreesd worden´. Daarentegen lukt het wel een vertoning in Locarno tegen te houden. In een missive van 9 februari 1948 roept de minister van Buitenlandse Zaken al zijn diplomatieke vertegenwoordigers in het buitenland op te rapporteren of met het vertonen van Indonesia Calling in hun land de wet wordt overtreden, met name naar aanleiding van de zogenaamde ‘haatzaaiartikelen’ in het Nederlands-Indisch Wetboek van Strafrecht.91 De ambassadeur in de VS laat een onderzoek instellen waaruit blijkt dat Indonesia Calling nog steeds een groot publiek bereikt van met name vakbondsleden en dat er in juridische zin in de VS geen enkele reden kan worden gevonden de film niet vrij te vertonen.

Intrekking paspoort
De rijksambtenaren weten niet goed of ze Ivens in het buitenland kunnen aanpakken of eerst naar Nederland moeten zien te lokken om hem in eigen land juridisch te vervolgen. Op 18 maart 1948 wordt wederom geopperd Ivens’ paspoort in te trekken. Zeven maanden later besluit het ministerie van Justitie maatregelen te nemen als Ivens weer Nederlandse bodem zal betreden. ´Beschuldigingen dragen kennelijk politiek karakter´, krabbelt een ambtenaar in de zijlijn. In een telegram van 20 oktober 1948 verzoekt het ministerie van Justitie (?) om als dhr. Ivens zich meldt het paspoort niet met meer dan drie maanden te verlengen. De gezant in Praag antwoordt dat hij op 22 november met Ivens heeft gesproken, waaruit hij heeft opgemaakt dat de filmmaker zich ongerust maakt en zich afvraagt op welke feiten de bezwaren tegen hem berusten. Ivens beseft zeer wel dat zijn optreden in Australië het vertrouwen in hem niet heeft versterkt, maar volgens hem zijn de gebeurtenissen eenzijdig belicht, aldus de gezant. Het ministerie geeft te kennen dat als Ivens een volgende keer langs komt, als reden kan
worden gemeld: ‘De activiteiten van betrokkene in het buitenland hebben in bepaalde opzichten een schadelijke uitwerking op de belangen van het koninkrijk gehad. Sommige van zijn handelingen zouden vatbaar zijn geweest voor strafvervolging’.94 Diverse juristen buigen zich over de vraag of het verstrekken van een paspoort voor een Nederlands burger als Ivens een recht dan wel een gunst is. Op 30 maart 1950 schrijft de minister een brief aan het gezantschap in Wenen met de opdracht het paspoort van Ivens in te trekken en ongeldig te verklaren en hem slechts een laissez-passer geldig voor één reis naar Nederland af te geven. Op 10 mei van dat jaar wordt in Parijs zijn paspoort daadwerkelijk ingetrokken. Als hij wil weten waarom, moet hij maar naar Den Haag gaan, zo krijgt hij te horen van het ambassadepersoneel.

Tegenwerking
Zowel zijn broer Hans Ivens, jurist, als Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum en voorzitter van het Nederlands Historisch Filmarchief, spant zich in om de intrekking van het paspoort ongedaan te maken. Een half jaar later krijgt Ivens zijn paspoort terug en hij moet zich vervolgens ruim tien jaar lang blijven melden bij  ambassades. Die geven telkens braaf aan Den Haag door waar Ivens zich ophoudt, waarna Haagse rijksambtenaren zich tot in de beginjaren 60 afvragen of bijvoorbeeld het geven van filmlessen in Polen of Cuba niet aanleiding kan zijn om alsnog Ivens’ paspoort in te nemen, omdat hij ‘in vreemde staatsdienst’ zou zijn getreden. In 1959 durft Ivens weer voor het eerst Nederlandse bodem te betreden, nadat hij de garantie heeft gekregen dat hij niet zal worden opgepakt.96 De rancune blijft in Den Haag echter rondwaren. G. van der Wiel, directeur Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), schrijft nog in 1963 ‘De heer Ivens pleegde dus verraad jegens zijn eigen landgenoten. De stelling lijkt mij zelfs te verdedigen, dat door het optreden van de heer Ivens de Nederlandse militaire positie verzwakt is, waardoor meer mensen zijn gesneuveld’. In 1968 probeert minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns in de ministerraad zijn collega Klompé ervan te overtuigen de communist Ivens geen filmopdracht over Nederland te verstrekken. Naar beproefd recept wil zijn ministerie hem verbieden bepaalde onderwerpen, zoals ‘Johnson moordenaar’, te verfilmen. De tegenwerking die Ivens te verduren heeft gekregen, staat niet op zichzelf, maar past bij de spanningen tijdens de Koude Oorlog waarin spionnengekte en angst voor het rode gevaar tot grote hoogte stijgen. In Nederland komen Spanjegangers en dienstweigeraars voor Indonesië in de problemen. In de Verenigde Staten krijgen de Hollywood Ten -bijna allemaal bekenden van Ivens- gevangenisstraffen en van linkse kunstenaars als zanger Paul Robeson worden in dezelfde periode als van Ivens paspoorten ingetrokken en hen beroepsverboden opgelegd. In de Sovjet-Unie zitten filmmakers als Dziga Vertov thuis zonder werk en erkenning. Voor zijn beroemde avant-garde films geldt een vertoningsverbod.

De eenheid met het vaderland hersteld
Op 86-jarige leeftijd maakt Ivens mee dat de Nederlandse minister van Cultuur, Eelco Brinkman, speciaal naar Parijs komt om hem een Gouden Kalf voor zijn filmoeuvre uit te reiken en een einde te maken aan de controverse over Indonesia Calling. De minister zegt in een van tevoren overlegde speech: ‘Aan de betrokkenheid met het onderwerp ontleende u een vermogen om, soms ver voor anderen, de historische betekenis van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen te herkennen en op film vast te leggen. Soms heeft dat engagement u echter ook in moeilijke posities gebracht. Uw stellingname voor het zelf beschikkingsrecht van Indonesië en uw film Indonesia Calling brachten u vlak na de oorlog in conflict met de Nederlandse overheid. Het werd u van Nederlandse zijde op velerlei niet gemakkelijk gemaakt uw werk als filmmaker uit te oefenen. Ik constateer dat de geschiedenis u meer gelijk heeft gegeven dan uw toenmalige opponenten. Als Nederlandse minister van Cultuur stel ik voor u thans de hand te reiken’. Ontroerd bedankt Ivens de minister voor zijn woorden: ‘Dank zij u is de eenheid tussen mij en mijn vaderland hersteld. [...] Ik ben altijd Nederlander gebleven. Mijn paspoort beschouwde ik als een symbool. Andere nationaliteiten heb ik nooit willen aanvaarden. Ik ben er trots op om Nederlander
te zijn en dat wil ik blijven’.

Algemeen

Premiere

  • Jaar: 1946 (1946-08-09)
  • Locatie: Sydney, King's Cross Newsreel Theater (Australië)

Productie

Documenten

documenten 1 resultaat

aantekening

  • 1 pagina

Foto's & Affiches en Biblografieën

Foto's (38)

Affiches's (2)

bibliografieën

(nog) geen bijbehorende bibliografieën gevonden.

Adresgegevens

 

  • Bezoekadres:
    Wezenlaan 71 te Nijmegen


 


  • Postadres:
    Postbus 606
    NL-6500 AP Nijmegen

Contact

 

  • 06 539 60 552
    024 3 888 774


 

Social Media

Ivens.nl Archief

Films:

83 Items

Fotos:

5695 Items

Documenten:

29572 Items

Bibliografieën:

678 Items

Affiches:

212 Items