The Spanish Earth

The Spanish Earth

1937

Spanje

Franse titel: Terre d'Espagne
Nederlandse titel: Spaande Aarde

Regie: Ivens, Joris (George)
Scenario: Ivens, Joris (George)
Montage: Dongen, Helen van
Camera: Fernhout, John (John Ferno)
Productie: 648 - Contemporary Historians Inc.

Premiere: Frankrijk Parijs, Wereldtentoonstelling, Spaans Paviljoen; Hollywood, Philharmonic Auditorium Een dag na de Franse première in het Spaans Paviljoen, waar ook de Guernica van Picasso hing, ging de film in première in Hollywood, Philharmonic Auditorium. | 1937

Omschrijving:

Klassieke documentaire over een volksoorlog in de 20e eeuw, opgenomen tijdens de eerste winter van de Spaanse burgeroorlog (1936-1939). De film is bedoeld ter ondersteuning van een campagne in de VS om steun te verwerven voor de wettig gekozen regering van de Spaanse republiek. Rebellen  o.l.v. generaal Franco vallen de republiek aan met de hulp van Nazi-Duitsland en fascistisch Italië. De eerste beelden: een groots panorama in hard zonlicht met voortdrijvende wolkenpartijen, bergen en de vallei van de Taag bij het dorp Fuentedueña de Tajo. De camera zoomt in op de landbouwgrond. ‘This Spanish earth is dry and hard.’ De handen en hoofden van de boeren zijn als de aarde. De boeren besluiten om hun zojuist toegeëigende land met irrigatiewerken vruchtbaar te maken, want extra voedsel is nodig voor de verdediging van Madrid; de film toont de hervormingen op het platteland parallel aan de strijd voor de Republiek. Eerst het dorpsleven, dan klinken op de achtergrond schoten van kanonnen. De brug wordt aangevallen door de rebellen. Deze levensader tussen Madrid en Valencia moet behouden blijven, gezichten van soldaten komen in beeld: ‘This is the true face of men going into action. It is a little different from any other face you will ever see. Men cannot act before the camera in the presence of death’. In Madrid zelf is de strijd hard, rebellen hebben zich verscholen in de Universiteitsstad, van waaruit de stad wordt beschoten. Generaal Martinez de Aragón leidt in de loopgraven de verdediging, een dag na de opnames wordt hij gedood. Een van de soldaten, de boerenzoon Julian, schrijft een brief aan zijn ouders in het dorp, ik heb over drie dagen vrij en kom naar huis. Tijdens een bijeenkomst wordt gevierd dat het communistische Vijfde Regiment opgaat in het reguliere volksleger, de Ejercito Popular; Enrique Lister, Carlos, José Diaz, Gustav Regler en La Pasionaria spreken. Bij het paleis van de hertog van Alva worden kunstwerken gered, waaronder het boek over Don Quichote van Cervantes. Madrid is een angstig fort, met lange voedselrijen, exercities van veelsoortige milities en slachtoffers op straat. ‘Now they take the bookkeeper away, neither to his home, nor to his office’. Vrouwen en kinderen worden geëvacueerd. In de Cortes, die naar Valencia is verplaatst, spreekt president Manuel Azaña het parlement toe: ‘De oppositie van het volk verrast de rebellen, zelfs in de kleinste dorpen...’. In Fuentedueña overleggen boeren en bouwen aan het pomphuis en de irrigatiekanalen. Julian arriveert voor zijn verlof, ontmoet zijn ouders en leidt exercitieoefeningen met de jeugd. Terug naar Madrid, naar grote exercitieoefeningen, stierenvechters melden zich, voetballers, atleten...Vrouwen nemen afscheid van hun geliefden die naar het front vertrekken. Op de Via Gran vallen bommen. ‘The next shell finds them’, de slachtoffers, kinderen nog, liggen opgebaard. In het dorp Morata de Tajuña vluchten de mensen in paniek weg voor een nieuwe oorlogstactiek van de Duitsers en Italianen: luchtbombardementen op burgers. ‘Aviacon, aviacon!’, waarschuwen de verschrikte bewoners. ‘Before, death came when you were old and sick. Now it comes to all of the village. High in the sky and shining silver it comes to all who have no place to run, no place to hide.’ Een van de bommenwerpers, een Junker, is neergehaald, ‘Flugzeugteile Berlin SW 68’, staat er te lezen. ‘I cannot read German either’, zegt de commentaarstem. Verderop liggen de lijken van Italianen die eerst in Ethiopië hadden gevochten en nu de rivier de Jarama waren overgestoken om de Argandabrug te veroveren. Daar wordt de tegenaanval ingezet met tanks en Internationale Brigades. Hemingway ontfermt zich bij een ambulance over een gewonde. De tegenaanval slaagt, De brug is heroverd. ‘The bridge is ours!’. En op het land bij het dorp vloeit de eerste stroom water over het  gewas. Een stroom van hoop. ‘The people who never fought before, who were not trained in arms, who only wanted work and food, fight on’.


Remarks Prod:


De nieuwe wereld
Eind januari 1937 begint Ivens aan de opnames in Spanje, in opdracht van een groep Amerikaanse ‘liberals’ van naam: John Dos Passos, Ernest Hemingway en anderen. Joris Ivens is nog geen jaar eerder, op 18 februari 1936, in New York aangekomen.  In de tussenliggende tien maanden maakt hij naam, zowel in New York als in Hollywood waar hij als eerste Nederlander doorbreekt met zijn films.  ‘Ivens’ tocht van kust tot kust heeft iets van een triomftocht’, schrijft filmhistoricus Jay Leyda.  Nieuwe gronden wordt door de National Board of Review of Motion Pictures verkozen tot de op een na beste buitenlandse film en de groep jonge Amerikaanse documentaire filmmakers ziet Ivens als een katalysator om de documentaire persoonlijker te maken. In de filmzalen van Hollywood is men verrast door de nieuwe realistische manier van filmen.  Voor velen in Hollywood is het de eerste confrontatie met de creatieve documentaire filmkunst die juist aan een opmars is begonnen in de Amerikaanse cultuur.  De regering geeft opdrachten aan documentaire filmmakers om de New Deal politiek van Roosevelt bekendheid te geven, zoals tegelijkertijd de sociale fotografie wordt ingezet. In juni krijgt Ivens al een aanbod van de Tennessee Valley Authority om een film te maken over de gigantische stuwdammen die in het kader van de New Deal worden gebouwd. De documentaire geldt als een nieuwe interessante kunstvorm. Op universiteiten verzorgt Ivens lezingen en het nog jonge Museum of Modern Art vertoont zijn films en neemt ze op in zijn collectie. De invloed van de documentaire strekt zich uit tot  andere kunstvormen, van dans tot vormgeving, tot de media, van journalistiek tot reclame, en dringt door tot de sociale- en menswetenschappen.  

Dos Passos en Hemingway
Enkele weken na zijn aankomst ontmoet Ivens de schrijver John Dos Passos bij de New Yorkse première van Nieuwe gronden.  Dos Passos geldt op dat moment als de belangrijkste schrijver van links.  Samen met Ivens bedenkt hij in april een filmplan over Hollywood, door Ivens beschreven als ‘het grootste agitatie- en propagandacentrum ter wereld’.  Het idee vindt echter geen uitvoering. Wel volgt Dos Passos dat jaar met meer dan gewone belangstelling de onstuimige politieke ontwikkelingen in Spanje. Evenals zijn goede vriend, de schrijver Ernest Hemingway, koestert hij een intense band met dat land. De vlucht van de Spaanse koning Alfonso XIII in 1931 en de uitroeping van de Republiek zijn nog maar het begin van snel oplopende spanningen. Op 16 februari 1936 winnen de partijen van het Frente  Popular verrassend de verkiezingen met een kleine meerderheid, waarna een linkse coalitieregering wordt gevormd. De grootgrondbezitters, de conservatieve katholieke kerk en rechtse delen van het leger zinnen op revanche. Op 17 en 18 juli breekt er een opstand uit van legeronderdelen, en met hulp van Italië en Duitsland worden Marokkaanse en Spaanse troepen vanuit Noord-Afrika naar Spanje overgevlogen. Rebellen onder leiding van generaal Francesco Franco hebben al spoedig meer dan de helft van het land in handen. De westerse mogendheden spreken op 9 september een non-interventiepolitiek af, hoewel de rebellen openlijk steun krijgen van Hitler en Mussolini en zonder problemen tonnen olie uit Texas op krediet ontvangen. Met lede ogen zien Hemingway en Dos Passos, die beiden tijdens de eerste wereldoorlog als ambulancechauffeurs hebben gediend, het drama zich voltrekken. Ze zoeken naar manieren om het Amerikaanse publiek te informeren en tegelijkertijd geld te werven voor de aanschaf van ambulances. Het North American Committee for Aid to Democratic Spain vraagt aan Helen van Dongen een compilatiefilm te maken, getiteld Spain and the Fight for Freedom, waarvoor Dos Passos en een vriend van hem, Archibald McLeish, de commentaartekst schrijven. In november wordt de situatie voor de Republiek zeer kritiek, het rebellenleger met Rif-Marokkanen staat in de buitenwijken van Madrid. Het  verzet van de Madrileense bevolking onder de leus ‘No Pasarán!’ kan de aanval vooralsnog echter weerstaan. Wereldwijd komt steun op gang, vrijwilligers uit vele landen reizen de Pyreneeën over en sluiten zich aan bij de Internationale Brigades. De eerste Amerikanen van de Lincoln Brigade schepen zich in. Al eerder hebben Russische adviseurs zich in Madrid gemeld, generaals, politieke commissarissen en agenten. Stalin levert daarnaast tanks en vliegtuigen, hoewel te weinig om uiteindelijk doorslaggevend te zijn en decennia later wordt onthuld dat premier Largo Caballero hiervoor de goudreserve van het land heeft moeten aanspreken. In Spanje moet de democratie verdedigd worden en strijd gevoerd tegen de armoede van de landloze landarbeiders, tegen het fascisme en tegen een mogelijke tweede wereldoorlog. Dos Passos ziet het anders, hij schrijft na afloop van de burgeroorlog een roman waarin hij de hoofdpersoon -een jonge Amerikaanse communist die naar Spanje gaat en door de partij wordt bedrogen- laat zeggen: ‘Here several different kinds of war. We fight Franco but we also fight Moscow…’  De Spaanse burgeroorlog groeit uit tot het oefenterrein van de Europese dictaturen, van zowel Hitler, Mussolini als Stalin, om nieuwe vormen van oorlogsvoering, politieke terreur en propaganda uit te proberen als opmaat voor de tweede wereldoorlog, terwijl de democratieën toekijken.

Ivens goes first
In New York wordt in november na het alarmerende beleg van Madrid de urgentie om in actie te komen fors groter. Van Dongen en Dos Passos zijn nog druk bezig met de film Spain and the Fight for Freedom , maar moeten zich voornamelijk behelpen met nieuwsbeelden van de rebellen. Ivens is altijd al overtuigd van de zwakke kanten van journaalbeelden en geeft aan dat het voor de campagne veel beter is als er een film ter plekke, in Spanje zelf, kan worden gemaakt.  Hemingway memoreert later dat Archibald McLeish ‘the great originator’ van het project is; als voorzitter van de American League of Writers, dichter en redacteur van Fortune speelt McLeish een belangrijke rol in de media en in de  hulpacties voor Spanje. Hij bedenkt de titel van de film en zet op de achtergrond zijn organisatietalent in.  Dos Passos schrijft echter: ‘I was the one who suggested this damn documentary’.  Feit is dat Ivens na de eerste voorbereidende bijeenkomst van Contemporary Historians Inc. op zijn eigen briefpapier schrijft, ‘Spanish film. 6 reel picture of Spain in civil war. Documentary. Personal stories. Not newsreel – not March of Time. Film group connected with daily life and fight of a family (peasant familie). […] Picture ready end of February. […] Short 2 reel picture of D. Passos - Ivens goes first- is useful to prepare public demand on feature picture.’ 

Een soort documentaire over het leven
Uit deze allereerste notitie blijkt dat Ivens al vanaf het begin het idee heeft om de strijd van de Republiek te verbinden met het dagelijkse leven en met een boerenfamilie. Ook wordt duidelijk dat de productiegroep opteert voor een documentaire met veel re-enactment en het scenario dat Ivens, McLeish en Hellman hebben bedacht, gaat dan ook uit van veel gespeelde scènes in een Spaans dorp waar de oude situatie tijdens de vlucht van de Spaanse koning Alfonso wordt vergeleken met die van een dorp in het nieuwe Spanje. Aan John Fernhout, zijn vroegere assistent-cameraman, die zich onmiddellijk bereid verklaart te komen filmen, stuurt Joris Ivens op 16 december een brief met een korte samenvatting van het filmplan: ‘Een soort documentaire over het leven van elk der leden van een gezin in een klein dorp tussen Valencia en Madrid: twee zonen aan het front, een zoon bij de marine en moeder en dochter en een zoon in het dorp.’ 
Zodra de eerste drieduizend dollar is opgehaald, vertrekt Ivens in haast, want de oorlog wacht niet. Ivens en McLeish tekenen vlak voor vertrek op 26 december een simpel contract. De filmmaker is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen die alle oorlogsgeweld voor hem kan hebben, een verzekering is er niet. Ivens neemt er ook in op dat hij zelf geen cent wil verdienen aan de film die $ 20.000 kost, alles zal naar de Emergency Ambulance Committee gaan. 

Adviezen
Op oudjaar arriveert Ivens in Frankrijk, waarna hij eerst naar zijn ouders in Nijmegen doorreist. Als hij terug in Parijs is, voegt cameraman John Fernhout zich bij hem en tekent hij vervolgens op 15 januari een contract met cineast Luis Buñuel over de voorwaarden waaronder de film gemaakt zal worden en hij de papieren krijgt om naar Spanje te vertrekken. Spanje is namelijk geen vrij gebied waar een journalist, fotograaf of filmmaker kan gaan en staan waar hij wil. Voor elke beweging in Spanje moeten documenten overlegd worden, vandaar dat de toestemming van Buñuel als vertegenwoordiger van het Spaanse ministerie van Propaganda belangrijk is. Hij eist van Ivens de film van tevoren te zien. Ook brengt Ivens een bezoek aan het Spaans Agentschap, opgezet door de Spaans ambassade, maar voornamelijk gefinancierd door de Komintern en geleid door de alom aanwezige Willie Münzenberg. Voordat Ivens naar Spanje vertrekt, maakt hij een rekensom voor een draaischema met opnames in Barcelona, Allicante en Valencia van -alles bij elkaar- 14 dagen. De film kan dan halverwege februari aan Buñuel worden getoond en na de montage al op 4 maart klaar zijn. Op 17 januari arriveren Ivens en Fernhout in Valencia met drie camera’s in hun bagage. Hoewel de regering naar deze stad is verhuisd, kan niemand hen op het ministerie van Informatie goed helpen. De volgende dag gaat Ivens te rade bij de Italiaanse communist Carlos en bij de Pravda-correspondent en Sovjet-adviseur Michail Koltsov, later door Hemingway beschreven als ‘de meest intelligente man die ik ooit ontmoet heb’.  Beide adviseren Ivens vooral het dagelijks leven te laten zien, de eenheid van de arbeiders en boeren met het leger, en de verdediging van de democratie en cultuur.

Aanpassen aan het slagveld
Na zijn gesprekken schrijft Ivens een nieuwe opzet en een nieuw draaischema: er liggen nu twee filmplannen: een eenakter over de verdediging van Madrid, die zo snel mogelijk af moet zijn en een vijfakter in andere plaatsen. Ivens berekent opnieuw dat de opnames in Madrid slechts twee weken zullen duren, van 25 januari tot 10 februari en de film begin maart klaar kan zijn. De wisseling van plannen toont aan dat de film wordt voortgedreven door improvisatie en aanpassingen aan de extreme oorlogsomstandigheden. Ivens komt er uiteindelijk helemaal niet aan toe om naar Barcelona, Allicante of Baskenland te gaan. Na de eerste opnamedag in Valencia op 21 januari met de toespraak van president Manuel Azaña in het stadhuis, spoeden Ivens en Fernhout zich al naar Madrid waar ze ondergebracht worden bij het communistische Vijfde Regiment. Dit laatste verleent hen het grote, maar risicovolle voordeel direct toegang te hebben tot het front. In Madrid ligt het centrum van de oorlogshandelingen, rondom de stad worden de twee belangrijkste veldslagen van die winter uitgevochten: aan de Jarama rivier in de buurt bij Fuentedueña en bij Brihuega en Guadalajara. De invloed van de communistische adviseurs, de inzet van de Internationale Brigades en de vorming van het geregelde Volksleger werpen juist in de maanden dat Ivens er filmt hun vruchten af: de grote aanvallen van Italianen, het Duitse Condor Legioen, de Rif-Marokkanen en Spaanse nationalisten worden afgeslagen.  De veldslag bij de Jarama rivier kost aan 45.000 man het leven, onder wie een bijna complete Britse Internationale Brigade, maar het lukt de rebellen niet om de weg tussen Madrid en Valencia te veroveren. De hoopvolle stemming van The Spanish Earth, waarin over slachtoffers aan republikeinse kant niet wordt gerept, baseert Ivens op deze eerste en belangrijkste overwinningen op de fascisten in de hele oorlog. In het verdere verloop van de strijd krijgt dit succes echter geen vervolg. Ondertussen blijkt het verfilmen van de gespeelde scènes uit het oude scenario uit New York volkomen irreëel: ‘Hier is geen plaats voor eigen regie, hier regisseren het leven en de dood.’  Ivens ontdekt ook al snel dat een documentaire filmmaker een slagveld niet kan verfilmen, afhankelijk als hij is van de tegenstander, die bepaalt wanneer wordt aangevallen.  De geplande twee weken opnametijd breidt zich uiteindelijk uit tot drie maanden, in de periode van 21 januari tot 22 april. Zowel militair, politiek als filmisch neemt Madrid en omgeving hem helemaal in beslag. 

Het draaischema: eerste deel
De opnames van The Spanish Earth zijn te verdelen in twee periodes: van 21 januari tot 21 februari en van 20 maart tot en met 22 april.  Tussen deze twee periodes zit Ivens in Parijs. De eerste periode werken Ivens en Fernhout alleen met elkaar. Een dag na hun aankomst in Madrid filmen ze op de hoek waar hun hotel Florida staat, de door een granaat getroffen boekhouder. De dag erna brengen ze een bezoek aan de soldaten van het Vijfde Regiment, van wie hun alledaagse bezigheden worden gefilmd. Op 26 januari zijn ze met camera aanwezig bij de belangrijke bijeenkomst in de Sala de Goya waar het Vijfde Regiment zich opheft om onderdeel te worden van het reguliere leger. Deze opnames zijn, evenals alle andere, geluidloos. De communistische leiders herhalen hun gloedvolle toespraken de volgende dag in een lege geluidsstudio. De studio-opnames van de socialistische leider Pietro Nenni en de delegatie van het Málaga-front komen uiteindelijk niet in de film, zeker niet nadat Málaga smadelijk wordt verloren.
De eerste dagen van februari leggen de filmmakers de verdediging van Madrid vast, met de de barricades, granaatinslagen en burgerslachtoffers. Met beelden bij het kapotgeschoten Museum Liria in het hertogelijk paleis waar kunstwerken in veiligheid worden gebracht, maakt Ivens duidelijk dat het de regering ernst is met het beschermen van de cultuurschatten. De rebellen hebben met succes in de westerse pers de Republikeinen afgeschilderd als vernietigers van de kerk en de kunst en deze scène moet dat beeld nuanceren. Ivens filmt optredens van meer fracties van links, zoals de exercitie van leden van de anarchistische vakbond C.N.T. (Confederación Nacional Trabajo) in hun zwartrode uitmonstering.  Op 7 februari gaat Ivens en Fernhout op zoek naar een geschikt dorp om het verhaal van de agrarische hervormingen te laten zien. Onderweg naar een van deze dorpen aan het Jarama-front zijn beiden op 12 februari in Morata de Tajuña getuige van een luchtbombardement door Italiaanse Capronibommenwerpers. ‘Stilte tussen twee mensen kan dramatisch zijn, maar men zou eens de stilte moeten horen van vijfhonderd mensen na een bomexplosie’.  Voor het eerst in hun leven zien Ivens en Fernhout in de zon blinkende bommen op zich afkomen, die een half blok van hen vandaan ontploffen. Deze aangrijpende ervaring heeft Ivens in de film verwerkt, waarbij stock-materiaal van het lossen van een bom uit een vliegtuigruim omgekeerd is geplaatst, zodat het lijkt alsof de bommen niet van je af, maar juist op je af vallen. De ijzige stilte daarna zal Ivens nooit meer vergeten. Hij komt er later zelfs op terug in de beginbeelden van Le ciel, la terre wanneer de bevolking van Hanoi zich opmaakt voor Amerikaanse bommenwerpers.
In de sequentie van de Junkerbommenwerper van de Luftwaffe, die op 17 februari bij Arganda neerstort, loopt John Fernhout in het beeld. De opnames zijn van Ivens, hij heeft de Eyemo meestal bij de hand, zo blijkt uit foto’s van Fernhout.  
Als de beelden van de strijd om Madrid klaar zijn, kijkt Ivens met spanning ernaar uit hoe zijn eerste oorlogservaringen op scherm er uit zullen zien.

Parijs
Op 21 februari keren Ivens en Fernhout met de belichte filmrollen terug in Parijs. Drie dagen later bekijken zo’n 120 belangstellenden in Parijs de eerste rushes van de film, onder wie Jean Renoir, Erwin Piscator, Vladimir Pozner en Pierre Unik. Ook Luis Buñuel en Jean-Paul Le Chanois, die samen aan Espana leal en armas (ook wel Madrid ‘36) werken, bevinden zich onder het publiek. Wat Ivens ziet, is bemoedigend en hij concludeert: ‘Ik moest de oorlog van het Spaanse volk tegen Franco filmen en niets anders. Zo eenvoudig mogelijk.’ Het filmpositief blijft in Parijs, de filmblikken met het negatief gaan naar New York, naar Helen van Dongen, die maar weinig van de filmploeg verneemt en op eigen kracht aan de montage begint. In New York heeft Hemingway zich op 27 februari ingescheept om af te varen naar Parijs. Van de North American News Alliance (NANA) krijgt hij flink geld om als oorlogscorrespondent in Spanje de strijd te verslaan. Hij wil de verschrikkingen van de nieuwe moderne manier van oorlogsvoering, de totale oorlog, waarin iedereen, elke burger een potentieel doel kan zijn, opschrijven ‘so that they can see it and hate it’. Begin februari heeft Archibald McLeish, de voorzitter van Contemporary Historians inc., hem gevraagd om ook het commentaar te schrijven bij The Spanish Earth, zodat het logisch is dat Hemingway zich bij Ivens en Fernhout gaat vervoegen.  Op 6 maart arriveert Hemingway in Le Havre.
In Parijs wordt Ivens geïnterviewd door Nederlandse bladen, voor artikelen die ook Ivens’ vader onder ogen krijgt. ‘Toen George wegging, maakte hij ons wijs, dat hij niet aan het front was. Waarom hij ons toch altijd een rad voor ogen draait? Of zou hij zoiets naïef zelf op dat ogenblik geloven?’ 

Naar Madrid
McLeish heeft Ivens een telegram gestuurd met de mededeling dat Hemingway er aan komt om de commentaartekst te schrijven en dat Dos Passos zal volgen.  De eerste ontmoeting tussen Ivens en Hemingway vindt plaats in café Aux Deux Magots. ‘Hemingway was zo te zien een eenvoudig en direct mens, een soort uitgegroeide padvinder’, merkt Ivens op.  Beiden zijn het erover eens dat in Spanje de repetitie voor de grote oorlog aan de gang is. In de eerste wereldoorlog is Hemingway zwaar gewond geraakt en met zijn roman Farewell to Arms verklaard antioorlog geworden. Hemingway, algemeen beschouwd als apolitiek, houdt zich echter wel degelijk met politiek bezig. . Op 13 maart vertrekt Hemingway met de trein naar Toulouse en vervolgens naar Valencia, vier dagen later gevolgd door Ivens. Alarmerende krantenkoppen melden de spoedige val van Madrid vanwege zware aanvallen van Italiaanse troepen als onderdeel van een complete omsingeling van de stad. Als journalist moet Hemingway wel naar deze nu meest cruciale frontstad.  Dit doorkruist Ivens’ voornemen om op Dos Passos te wachten en voor filmopnames naar het dorp te gaan. Dos Passos heeft zich ondertussen op 3 maart in New York ingescheept, nadat McLeish voor hem een opdracht voor het tijdschrift Fortune heeft geregeld. Op 10 maart komt hij in Le Havre aan. In Parijs houdt hij zich de eerste weken bezig met interviews, o.a. met president Léon Blum. Pas begin april bereikt Dos Passos Spanje waar hij eerst op zoek gaat naar zijn vriend José Robles, docent Spaans aan de Johns Hopkins Universiteit, die zijn hulp heeft aangeboden aan de Spaanse regering. ‘When I left New York I expected to go to him first. I knew that with his knowledge and taste he would be the most useful man in Spain for the purposes of our documentary film.’  
Hemingway en Ivens zien elkaar weer op 17 maart in Valencia, van waaruit zij gezamenlijk op 20 maar naar Madrid rijden om de dag erna direct naar het front van Guadalajara te gaan.

Het draaischema: tweede deel
Tijdens de tweede opnameperiode van 20 maart tot en met 22 april filmen Ivens en Fernhout met name buiten Madrid en meestal in het gezelschap van eerst Hemingway en later Dos Passos.
Aan het front van Guadalajara wordt bij Brihuega met hulp van Russische generaals en de inzet van Internationale Brigades de tegenaanval ingezet tegen een grote Italiaanse overmacht, maar het ontbreekt de Italianen aan tactisch vernuft. Over het bezoek op 21 maart aan het ijskoude en natte slagveld schrijft Hemingway een beeldend verslag, met name van enkele van de drieduizend Italiaanse slachtoffers aan de kant van de rebellen.. ‘They did not look like men, but where a shell burst caught three, like curiously broken toys. One doll had lost its feet and lay with no expression on its waxy stubbled face. Another doll had lost half its head. Another doll had lost half of its head. The third doll was simply broken as a bar of chocolate breaks in your pocket.’ John Fernhout maakt enkele foto’s van Hemingway staande bij de door de zon zwart geblakerde dode lichamen, die wel lijken op Goya’s etsen ‘Los Desastros de la Guerra’. Volgens oorlogsrecht moeten de lijken worden weggehaald, maar daarvoor is nog geen tijd geweest. ‘Death is still very badly organized in war...’.  Hemingway schrijft in een bericht aan de NANA: ‘Ik heb de veldslag gedurende vier dagen bestudeerd, ik ben over het terrein gegaan met de commandanten en ik kan zonder meer zeggen dat Brihuega een plaats zal krijgen in de militaire geschiedenis, samen met andere beslissende veldslagen ter wereld’.  Achteraf gezien levert deze overwinning voor de Republikeinen niet meer op dan een belangrijke, maar tijdelijke stopzetting van de omsingeling van Madrid en 18 kilometer terreinwinst.  Wel kan nu definitief worden bewezen dat Mussolini het non-interventieverdrag overtreedt. In de eerste maanden van 1937 heeft hij 100.000 man aan georganiseerde divisies naar Spanje gestuurd.  Ivens’ filmbeelden van de Italiaanse soldaten en de neergestorte Junker worden als bewijsstukken voorgelegd aan het Non-interventiecomité en de Volkenbond, maar deze houden vast aan neutraliteit.

Vriendschap
De directe bedreiging van Madrid noopt Ivens de opnames van het dorp verder uit te stellen. Ondertussen helpt Hemingway de kleine filmploeg met camera’s sjouwen en met adviezen om niet onnodig risico’s te lopen. Hij schrijft: ‘De grote camera was het duurste object dat we bij ons hadden en als het kapot zou vallen was alles voorbij. We maakten de film van bijna niks, al het geld zat in het filmmateriaal en de camera’s. We konden ons geen verspilling van film veroorloven en moesten zeer behoedzaam met de camera’s  omgaan... als er te weinig licht was namen we de camera mee naar beneden en maakten het statief los...we wisten dat we een goede plek hadden gevonden en voelden ons opgewekt’.  Hij gedraagt zich niet als gast of buitenstaander, maar als teamlid.  Door de intensiteit en de grote risico’s van het werk groeien Ivens en Hemingway snel naar elkaar toe, ze waarderen elkaars fysieke moed en inzet en delen eenzelfde intense gevoeligheid voor het observeren van gewone mensen en landschappen, van treffende details, de een met de pen, de ander met de camera.

Extreem gevaarlijk
Op 5 april volgt Hemingway’s eerste confrontatie met het front van Jarama: arts Werner Heilbrunn leidt de filmploeg door de loopgraven, terwijl de Russische tanks en infanterie van de 12e Internationale Brigade oprukken. In Madrid zet het leger een nieuw offensief in tegen de rebellen in de compleet kapot geschoten universiteitsgebouwen. De filmploeg met Hemingway verschanst zich de volgende dagen in het half geruïneerd gebouw ‘The Old Homestead’, met direct uitzicht op het Casa de Campo en de vijand. ‘Net toen we onszelf feliciteerden met onze uitstekende observatiepost en het ontbreken van gevaar, ketste een kogel tegen de hoek van een stenen muur naast Ivens’ hoofd’, schrijft Hemingway in zijn reportage. De kogels blijven komen, want de weerkaatsing van zonlicht op de lens van de filmcamera heeft hen verraden. Dos Passos ontmoet hen op deze post  voor het eerst op 11 april en beschrijft de extreem gevaarlijke situatie. Ongetwijfeld heeft Dos Passos het idee dat hij nu een functie kan vervullen voor de film, geholpen door zijn Spaanse vriend Robles. Maar die blijkt onvindbaar en niemand van de regeringskringen in Valencia heeft hem kunnen uitleggen waar Robles, assistent en vertaler van de Russische generaal Gorev, is gebleven. In Madrid komt Dos Passos er langzamerhand achter dat zijn vriend mogelijk is geëxecuteerd, omdat Gorev in ongenade is gevallen en Robles teveel weet heeft van geheime acties van Moskou. Volgens de Sovjets vormt hij een politiek risico als vermeend ‘trotskist’ en broer van een officier in het fascistische leger. Hemingway en Ivens vinden Dos Passos’ onderzoek maar irritant. Hemingway schrijft een artikel waarin hij de noodzaak toelicht om in oorlogstijd ‘verraders’ te executeren, zoals in het geval van Robles, zonder evenwel namen te noemen.  Het verschil van inzicht in de praktijk van ‘de Russische syfilis’, de overal voortwoekerende stalinistische paranoia van spionnen en agenten, die leden van concurrerende partijen vermoorden, vormt het breekpunt in de vriendschap tussen Hemingway en Dos Passos.

Socialisme in de praktijk
Op 6 april kunnen Ivens en Fernhout eindelijk naar het dorp Fuentedueña de Tajo, zestig kilometer onder Madrid, dat ze al in februari hebben uitgezocht voor de filmopnames. Volgens Ivens geen typisch Spaans of pittoresk dorp, maar wel met drie voordelen: het ligt in de buurt van de brug die verdedigd moet worden, de bevolking heeft recentelijk gekozen voor een sociaal experiment met collectieve landhervorming en het landschap is fotografisch aantrekkelijk. Het Spaanse wijndorp wordt bestuurd door de sociaal-democratische vakbond UGT, die zorgt voor huisvesting, een minimumloon per dag van vijf peseta’s, een fles wijn en houtvuur, en voor de verdeling van de taken en het collectieve grondbezit.  Eeuwenlang heeft het land braak gelegen, maar nadat in juli 1936 de tien families die de grond bezitten, zijn doodgeschoten of gevlucht, kan de grond worden bewerkt.  Voor het eerst in haar bestaan kan het dorp naast wijn, wat graan en olijven ook groenten verbouwen als uien, sla, tomaten, pepers, artisjokken, meloenen, maïs en kool . Op 13 april starten de opnames, die passen bij het oorspronkelijke uitgangspunt om de revolutie op het land te verbinden met de verdediging van de republiek. Dos Passos komt na een week van vruchteloos onderzoek in Madrid de filmploeg vanaf 18 april versterken. Met zijn kennis van de Spaanse taal komt hij prima van pas, maar al met al duurt Dos Passos’ daadwerkelijke bijdrage aan de film niet langer dan hoogstens vier dagen.

Julian
In het dorp wordt de komst van Julian gespeeld. Deze boerenzoon en soldaat zal de rode draad door de film vormen, de persoonlijke verbinding tussen ‘de strijd óp het land en de strijd vóór het land’. Uiteindelijk zit hij maar in vijf scènes in de film, waarvan twee maal niet eens in beeld. Dat komt, omdat hij uitsluitend tijdens de laatste opnamedagen aanwezig is. Later wordt gesuggereerd dat hij ook al eerder in Madrid wordt gevolgd. Wanneer hij in Madrid een brief schrijft aan zijn ouders, betreft het een opname van bovenaf en vanachter zijn rug in het donker, maar overduidelijk is dit niet de Julian van het dorp.  In een tweede scène in Madrid wordt wel in de voice-over van Julian gezegd dat hij op verlof gaat, maar in beeld verschijnen andere groepen soldaten. Van Dongen en Ivens moeten later alle registers van hun montagekunst opentrekken om met zo weinig beelden het verhaal van Julian maximaal uit te rekken: met een close-up van de brief, met suggestieve commentaartekst en close-ups van familieleden. Al met al blijkt het bijzonder lastig om onder oorlogsomstandigheden een hoofdpersoon te volgen, zodat Julian hetzelfde lot beschoren is als Afanasjev in Komsomol: die van een dun verhaallijntje.

Vertrek
Op 22 april beëindigt Ivens de opnames in het dorp en vraagt hij aan Fernhout nog zo’n 70 shots te maken, o.a. van de koppen van de boeren en het landschap in de vallei. Drie dagen later vertrekken Ivens en Dos Passos samen naar Valencia, om daarna het land te verlaten. Direct na hun vertrek op 25 april vinden twee belangrijke momenten in de oorlog plaats. Op 26 april bombarderen Duitse toestellen de Baskische stad Guernica waar drieduizend slachtoffers vallen. , Begin mei ontaardt in Barcelona de strijd tussen de anarchisten en trotskisten enerzijds en de communisten anderzijds in onderlinge straatgevechten, een burgeroorlog binnen de burgeroorlog. Het bevestigt Dos Passos’ vermoeden dat er niet één antifascistische oorlog van goed en kwaad aan de gang is, zoals Ivens en Hemingway stellen, maar minstens twee of drie oorlogen tegelijkertijd, waarbij de communisten een dubbele agenda voeren.        
Op 30 april schuift Ivens weer bij zijn ouders aan in Nijmegen, ‘het samenzijn was heel gezellig’. ‘George heeft met foto’s veel van z’n ervaringen in Spanje’s burgeroorlog verteld. Gewezen op plicht, die hij met liefde erkende van ons mee onderhouden. [...] Hij liet een beau geste een courant van $60 = fl. 54 achter.’  Twee weken later concludeert vader Ivens: ‘Boete en inkeer, beschouw zaak en familie als verloren’.

Montage
Na terugkeer in New York heeft Ivens veel moeite zich weer aan te passen aan het normale leven van alledag. De enorme tijdsdruk om de film op tijd af te hebben dwingt hem echter de ploeg met de montage in de studio te helpen. Helen van Dongen zorgt met een goed gevoel voor continuïteit voor eenheid door steeds beeldenreeksen op te bouwen rondom visuele thema’s als ‘muren van barricades’, ‘deuren’ of ‘kinderen’, zonder sentimenteel of esthetisch te worden. ‘Ach, we hadden zo’n haast met die film. We hadden gewoon de tijd niet om de boel te verpesten met schoonheid.’, herinnert zij zich.
Omdat de opnames geluidloos zijn, moeten alle klanken -van granaatinslagen, neerstortende vliegtuigen en schreeuwende mensen- nagebootst worden, waarin geluidstechnicus Irving Reis en Helen van Dongen wonderwel slagen. Ivens geeft aan hoe hij zich het geluid herinnert, ‘een bombardement van lichte bommen klonk als een blaffende hond in de nacht- en Reis kwam dan met een oplossing. Met de binnenbal van een voetbal, een luchtslang en knippende nagels tegen een scherm, alles erg versterkt, wordt het geluid van neerkomende granaten nagebootst.  Het enige echte geluid is die van een aardbeving bij San Francisco, dat achterstevoren werd afgedraaid’.  Marc Blitzstein en Virgil Thompson selecteren uit veertig grammofoonplaten grotendeels Catalaanse muziek die treffend in de montage wordt gesneden, ter versterking van verdriet of blijdschap, hoewel geen opname in Catalonië had plaatsgevonden.

Commentaartekst
Al op 4 juni worden de eerste beelden van de montage, zo’n twintig minuten zonder geluid, vertoond op het tweede Congres van de League of American Writers in de overvolle Carnegie Hall. Tevoren vliegt Ivens naar Hemingway in Bimini om hem te helpen bij het schrijven van zijn speech. ‘Ernest was fenomenaal, zo goed, eenvoudig en eerlijk, en de fragmenten uit Joris’ film maakten veel indruk’, meldt Martha Gellhorn aan haar vriendin, de presidentsvrouw Eleanor Roosevelt.  Tussen 10 en 14 juni schrijft Hemingway het commentaar bij de film, waarin Ivens gewoontegetrouw flink het rode potlood zet. Aanvankelijk is de schrijver daar zeer boos om -’Jij verdomde Hollander. Hoe durf je mijn tekst te corrigeren?’-, maar hij begrijpt al snel dat beelden ook voor zichzelf kunnen spreken. Uiteindelijk is slechts eenvijfde deel van de film voorzien van commentaar, voor die tijd een record.  De thema’s sluiten aan bij Hemingway’s eerdere werk, zoals de Spaanse aarde en het rechtvaardige gebruik ervan in 'The Sun Also Rises'. ‘Het commentaar moest elke overdrijving vermijden. Om de te verwachten beschuldiging van propaganda te voorkomen, moest Hemingway er zorgvuldig voor waken geen tendentieus materiaal te gebruiken en alleen een basis te leggen , waarna de toeschouwer zich gedrongen zou voelen zijn eigen conclusies te trekken.’, heeft Ivens Hem geïnstrueerd. 
Op 3 juli is de masterprint klaar met de stem van acteur en regisseur Orson Welles en kan de promotiecampagne beginnen. Aan Martha Gellhorn is het te danken dat de makers The Spanish Earth op het Witte Huis kunnen laten zien. Zij werkte ooit voor Harry Hopkins, een van de belangrijkste adviseurs van de president, en heeft via Eleanor Roosevelt een goede ingang. Met het bezoek op 8 juli aan president Roosevelt en zijn vrouw bereiken Gellhorn, Ivens en Hemingway echter niet waarvoor ze zijn gekomen. Tijdens een diner en de vertoning van de film proberen ze de president van het standpunt van non-interventie af te brengen, maar tevergeefs.  Op 1 mei nog heeft zijn regering het non-interventie verdrag herbevestigd, zoals alle Westerse landen. In hetzelfde jaar moet Roosevelt echter erkennen dat Texaanse oliemaatschappijen hun olie aan Franco verkopen en Amerikaanse bommen en militair materieel illegaal via Nederland, België en Engeland de rebellen bereiken.  Tegen de tijd dat de Republikeinen de Spaanse burgeroorlog hebben verloren, concludeert Roosevelt over de politiek van non-interventie: ‘a terrible mistake...against old American principles and international rules’. 
Martha Gellhorn probeert na het bezoek de grote commerciële distributeurs voor de film te interesseren, ‘I am now Joris’ fingerwoman, secretary etc.’, schijft ze aan Hemingway, maar niemand ziet er brood in, waarna het kleine linkse Garrison/Prometheus de film uitbrengt.

Een wereldpodium
Op 12 juli vindt de eerste publieke vertoning van The Spanish Earth plaats, tijdens de uitgestelde opening van het Spaans Paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Parijs.  Naast de open ruimte waar Picasso’s grote doek ‘Guernica’ hangt, staan stoelen en een podium voor optredens en filmvoorstellingen.  Het Spaans Paviljoen, een laatste grootse poging de publieke wereldopinie te beïnvloeden om de Republiek te hulp te schieten, trekt met haar kunstwerken van o.a.  Miró, Picasso, Margritte en González vele miljoenen bezoekers.  Het is zo druk in de zaal dat de stoelen met de rug tot tegen het schilderij van Picasso staan.
Op dezelfde dag vertonen Hemingway en Ivens de film in Hollywood ten huize van acteur Fredric March aan een uitgelezen groep acteurs, schrijvers en regisseurs als Ernst Lubitsch, Fritz Lang, Anatole Litvak, Lewis Milestone. Luise Rainer, Errol Flynn, Scott Fitzgerald, Dorothy Parker, Lillian Hellman, Dashiell Hammett en Donald Ogden Stewart. De 17 aanwezigen betalen elk 1.000 dollar, genoeg om 16 onderstellen voor ambulances te kopen. Alleen Errol Flynn heeft zich uit de voeten gemaakt met de smoes dat hij naar het toilet moet. 
De belangstelling voor de film is groot. Als de volgende dag in het overvolle Philharmonic Auditorium in Los Angeles 3500 mensen naar de eerste publieke voorstelling in de VS kijken, staan er nog 2500 mensen buiten op straat die naar binnen willen. Terug uit Hollywood schrijft Ivens op dat hij een Franse en een Spaanse versie gaat maken. Bovendien gaat hij de gedragen stem van Welles, ‘die vreselijke stem die alles bederft’, zoals Gellhorn beweert, vervangen door de meer ongepolijste en betrokken stem van Hemingway.  Als de schrijver-journalist in augustus naar Spanje terugkeert, heeft hij een filmprint bij zich.  Vanaf 20 augustus staat The Spanish Earth maandenlang in New York op het programma, waarna de film langs 400 filmtheaters trekt -’The Nation’ meldt zelfs 800 theaters- en duizenden zalen van steuncomités, vakbonden en culturele instellingen. De film genereert $35.000 aan hulp en ook publicitair heeft de film succes. Eleanor Roosevelt schrijft in haar dagelijkse column ‘My Day’ dat zij bijzonder door de film getroffen is en noemt Ivens een ‘zeer kunstzinnig en onbevreesd filmmaker’. Haar man wijzigt weliswaar niet de isolationistische politiek van de VS, maar de publieke opinie in de VS verschuift volgens Gallop-polls licht in het voordeel van de Republiek.
Op 10 november vindt de Engelse première in Londen plaats, en de film krijgt er overwegend positieve kritieken. Ook in Frankrijk rouleert een print: op 27 en 28 december presenteert Léon Moussinac de film in een bioscoop in Arles, waar een congres van de Franse Communistische Partij (PCF) wordt gehouden.  De Franse filmmaker Jean Renoir monteert in de winter van 1938 een geheel eigen versie, met minder beelden, in een andere volgorde en met heel veel extra commentaartekst, waarin het accent ligt op de schoonheid van het land, de primitieve en authentieke boeren en hun strijd. Tijdens de nadagen van Léon Blums Volksfrontregering gaat deze gemankeerde versie in april 1938 in roulatie door Ciné-Liberté, die eerder de originele versie heeft vertoond.  In de Spaanse versie, die onder de titel Terra Español op 23 mei 1938 in Barcelona in première gaat, wordt de Catalaanse muziek gewijzigd.  Schrijver Corpus Barga leidt de film in. De geluiden van de bommen op het scherm worden verstoord door echte bommen buiten. Film Popular verspreidt de film in het laatste jaar van de burgeroorlog. Op 1 april 1939 viert Franco de overwinning, na 600.000 doden, waarna nog jaren van terreur en massa-executies volgen.    

Democratisch Spanje
Als symbool van de strijd voor een vrij Spanje wordt in 1975, enkele uren nadat Francesco Franco zijn laatste adem uitblaast, The Spanish Earth op de Nederlandse televisie vertoond.  Joop den Uyl spreekt in Utrecht een grote groep demonstranten toe en zegt dat de weg naar een democratisch Spanje nu eindelijk open ligt. In 1984 stapt Ivens met zijn wandelstok de kleine huizen van Fuentedueña binnen en ontmoet enkele bewoners die zich de opnames nog goed kunnen herinneren. Een jaar later ontvangt hij van Koning Juan Carlos de Gouden Medaille ‘Voor de Verdiensten van de Schone Kunsten’. Zeventig jaar na de filmopnames vertelt een trotse burgemeester van Fuentedueña voor een documentaire over ‘Hollywood en Franco’ dat ooit Hemingway in zijn dorp heeft rondgelopen.  Dat is een van de vele mystificaties van de oorlog, de schrijver heeft er nooit een stap gezet.
 

Comments:

Hemingway, Ernest

Context:

Een oorlog van kunstenaars
‘Ik wil het grote ook beleven, ik wil kruitdamp ruiken’, verwoordt de schrijver Albert Helman (pseudoniem van Lou Lichtveld) het algemene gevoel bij veel intellectuelen, schrijvers en kunstenaars.  Deze componist van Regen en Philips Radio woont sinds 1932 in Barcelona en heeft voor zijn vertrek naar Spanje een fotocamera van Ivens meegekregen, die echter in het strijdgewoel verloren gaat. Naast ‘proefterrein voor de totale oorlog’ groeit de Spaanse burgeroorlog ook uit tot ‘een oorlog van kunstenaars’, die vrijwillig hun pen, penseel of beitel neerleggen en de wapens oppakken. ‘It was in part an anarchist’s war, a poet’s war. At least five of the best young English writers gave their lives as did the poets of other countries’, schrijft Spanjeganger Stephen Spender.  Nooit eerder en ook nooit meer daarna zouden zoveel kunstenaars vrijwillig hun kunstzinnige engagement vertalen in daadwerkelijk militaire actie. André Malraux wordt luchtmachtkolonel van de Internationale Brigades, George Orwell (Eric Blair) vecht mee bij de P.O.U.M., Simone Veil bij de anarchisten, Ludwig Renn, Gustav Regler, Willi Bredel, Erich Weinert en Lukácz (Máté Zalka) bij de Internationale Brigades, W.H. Auden en Stephen Spender hebben kortstondige avonturen, Arthur Koestler beleeft angstige momenten als spion, Jef Last, Johan Brouwer en Hans Sibbelee vechten mee of werken in hospitaals. Honderden kunstenaars kiezen met gevaar voor eigen leven voor het front, ‘De aantrekking was enorm, de aantrekkingskracht van een internationale kruistocht voor idealen en doelstellingen, waarmee alle intellectuelen...die verontrust waren door het fascistisch gevaar, voelden dat ze volmondig konden instemmen in het vuur van de apocalyps’  In ‘Authors Take Sides’ roept Auden op stelling te nemen, zoals Hemingway en Ivens de verzamelde schrijvers in de Carnegie Hall na vertoning van The Spanish Earth voorhouden: ‘deze film is gemaakt aan het front waar elke eerlijke schrijver hoort te staan.’ De Spaanse burgeroorlog wordt het absolute cumulatiepunt van de artistieke avant-garde, die in de jaren twintig overwegend artistiek is, in de beginjaren dertig gelijk opgaat met de politieke avant-garde en tenslotte zelfs in Spanje militaire avant-garde wordt.

De macht van kunst
‘How could this fight be lost now, with Hemingway on our side ?’, zou een van de toehoorders in Carnegie Hall hebben gezegd.  Kunst krijgt een grote politieke en militaire macht toegedicht. Ivens vergelijkt de camera zelfs met een geweer, waarbij de dubbele betekenis van het woord ‘schieten’ een nieuwe lading krijgt,  ‘Het filmapparaat krijgt als het ware een trekker en een loop’, meldt hij in de Groene Amsterdammer.  Het blijkt eerder een wensdroom dan werkelijkheid, de duizenden films, affiches, toneelstukken, foto’s, gedichten, boeken, schilderijen en beeldhouwwerken over de Spaanse burgeroorlog kunnen de oorlog niet winnen voor de Republikeinen. Het belang van de inzet van vele geëngageerde kunstenaars voor de kunst ligt dan ook niet in de militante of propagandistische slagkracht, maar veeleer in de artistieke vernieuwingen die het teweeg heeft gebracht. Uit de loopgraven en bombardementen van de Spaanse burgeroorlog ontstaan belangrijke kunstwerken als 'Guernica' van Pablo Picasso, 'For Whom the Bell Tolls van Hemingway en The Spanish Earth van Ivens, die alleen in de heftige context van deze oorlog gecreëerd kunnen worden en op hun eigen wijze grote invloed hebben gehad.  Vanuit de vele voorstudies van Picasso groeit een allegorie over de verschrikkingen van de oorlog, een historieschilderij, dat het belangrijkste icoon van geëngageerde kunst uit de 20e eeuw zal worden. Op 19 december 1937 draaien Hemingway en Ivens op het American Artists’ Congress in New York hun film, waarvoor Picasso is uitgenodigd. Hij kan niet komen, maar een verklaring van hem wordt voorgelezen door een verpleegster: ‘Artists who live and work with spiritual values cannot and should not remain indifferent to a conflict in which the highest values of humanity and civilization are at stake’.  

Guernica, The Spanish Earth en For Whom the Bell Tolls
‘Guernica’ en The Spanish Earth zijn spontaan en explosief, onder grote druk tijdsdruk en in directe confrontatie met hetzelfde historische moment ontstaan.  Onafhankelijk van elkaar vinden de kunstenaars in dit hectische creatieve proces dezelfde archetypische beelden om te getuigen van de nieuwe oorlogsvoering en het leed zoals de slachtoffers dat werkelijk hebben ervaren. Stacey Guill onderzoekt in haar proefschrift ‘Hemingway en The Spanish Earth: Art, Politics and War’ de iconografische overeenkomsten tussen het schilderij van Picasso, de film van Ivens en het boek van Hemingway. Zij citeert John Garrick die stelt: ‘’Guernica’ is the most concentrated vision imaginable of what Hemingway believed about truth and was trying to say in The Spanish Earth’.  Zowel in het schilderij als in de film zijn de slachtoffers met name vrouwen, huilende wanhopige vrouwen die wegvluchten en daarbij hun kind in de arm meenemen als een 20e-eeuwse Piéta. De authenticiteit wordt in de film versterkt, doordat de vrouwen in de angst en beweging onscherp zijn gefilmd. Het beeld van huilende vrouwen met kind verschijnt onmiddellijk op posters en in fototijdschriften. Dat geldt ook voor de portretten van getroffen kinderen met op de achtergrond in scherp contrast de in strakke formatie vliegende doodseskaders, affiches die in Nederland worden verboden. Margritte schildert de Henkels en Junkers als machinale zwarte engelen des doods, Ivens filmt ze als zilveren roofvogels en Hemingway beschrijft ze als  ‘mechanized doom’. De angstige, naar boven gerichte blik van onschuldige burgers is zowel in Ivens’ film als op Picasso’s schilderij te herkennen. Ook de ruimte waarin het schilderij van Picasso is gesitueerd -een geruïneerd open huis met deuren, een lamp en ramen in een sterk chiaroscuro- vindt een equivalent in Ivens’ film, wanneer hij in de scène van het gebombardeerde museum een vergelijkbare ruimte toont waarvan de voorzijde is weggeschoten, met een lamp, een bed in sterk zwart-wit. De opname van de in scherven gebroken spiegel in een kapot interieur sluit aan bij het gefragmenteerde effect van Picasso’s werk. Het feit dat Ivens het museum en de redding van de kunstschatten laat zien, verwijst  naar de acties van Picasso en de regering. Dit thema van de bescherming van cultuur is ook herkenbaar in Hemingway’s hoofdpersoon Robert Jordan in zijn roman uit 1939. Jordan, de commandant, is een Amerikaanse professor aan de universiteit, die Spaanse taal en literatuur doceert, geïnteresseerd is in Spaanse kunsten zijn bezoek aan het Prado bespreekt. Deze romanfiguur weerspiegelt niet alleen Hemingway’s eigen interesse in de Spaanse cultuur, maar is tegelijkertijd een antwoord op de leus van de fascisten ‘Dood aan de intellectuelen!’. De opnames van de universiteitsstad in de film hebben dezelfde functie: ze symboliseren de afbraak door de fascisten van onderwijs en wetenschappen. Wie de thema’s uit The Spanish Earth en Hemingway’s commentaartekst bestudeert, wordt duidelijker welke gevoeligheid bij de schrijver groeit voor thema’s als boeren en hun strijd voor de aarde, boeren als strijders met geweren, de vrouwenstrijd of de strijd om de brug, die twee jaar later in For Whom the Bell Tolls zijn verwerkt.

Robert Capa
Met de schildering van krantenpagina’s in de vorm van geabstraheerde letterpatronen in louter zwart, wit en grijs lijkt 'Guernica' sterk beïnvloed door de nieuwe massamedia. Het zwart-wit verwijst natuurlijk mede naar Picasso’s eigen etsen en de serie van Goya over de verschrikkingen van de oorlog, maar diverse wetenschappers hebben mogelijke visuele bronnen van het schilderij gevonden in kranten en tijdschriften.  De Spaanse burgeroorlog is de eerste oorlog waarin de documentaire fotografie gebruik maakt van lichte camera’s als de Leica en Ernamox met lichtgevoelige film, waarmee scherpe foto’s kunnen worden gemaakt van oorlogsacties in beweging.  Door de sterk verbeterde reproductietechnieken besteden fototijdschriften als Vu, Life, Régards, AIZ steeds meer ruimte aan de aangrijpende beelden van het oorlogsleed. Robert Capa en zijn vrouw Gerda Taro arriveren al op 5 augustus 1936 in Spanje. Rond 5 september fotografeert Capa zijn beroemd geworden foto van ‘de Stervende Soldaat’ in de buurt van Cerro Muriano aan het Cordobafront. Tot vandaag de dag wordt van dit hoogtepunt van oorlogsfotografie beweerd dat het in scène zou zijn gezet, maar in 1996 bevestigt de broer van het slachtoffer dat het Frederico B. Garcia betreft. De foto van Capa wordt in juli 1936 gepubliceerd in Life, met op de daaropvolgende pagina’s een serie stills uit The Spanish Earth met een tekst van Hemingway. Ivens hanteert met de lichte Kinamo en Eyemo een vergelijkbare techniek van de subjectieve cameravoering als Capa, waardoor de kijker bij de scène wordt betrokken. Capa, Ivens en Fernhout proberen met gevaar voor eigen leven zo dicht mogelijk op het object te komen, onder Capa’s motto: ‘If the photo wasn’t good enough, you were not close enough’. Fernhout is op dat moment getrouwd met de van oorsprong Hongaarse fotografe Eva Besnyö, die in haar jeugd naast  Capa (Endre Friedman) in Boedapest woonde. Zij raadde hem aan  met fotografie te beginnen.  Een van zijn eerste fotoreportages schiet Capa in 1933 in de Borinage, waar Ivens zijn film over de mijnwerkersstaking heeft opgenomen. Een half jaar na de tragische dood van Gerda Taro -ze wordt op 10 juli 1937 tijdens een reportage overreden door een loyalistische tank- nodigt Ivens Capa uit om samen met Fernhout naar China te gaan voor een film over de Japanse bezetting.  

Teleurstelling
Voor alle deelnemers, ook de kunstenaars, vormen de ervaringen van de oorlog een intense, meestal traumatische ervaring. Ivens, Fernhout en Capa kunnen na hun eerste oorlogservaring moeilijk wennen aan de routine van het alledaagse leven. Ze blijven zich aangetrokken voelen door de extreme emoties en spanningen van het front en wisselen periodes van rust en ontspanning af met een bijna noodzakelijke tocht naar oorlogsgebieden. Voor Ivens volgt na The Spanish Earth een hele rij oorlogsfilms: tot op hoge leeftijd filmt hij nog aan het front in Vietnam en Laos. Ook Capa keert steeds terug naar de vuurlinies tot hij op 25 mei 1954 tijdens een fotoreportage op weg naar het Vietnamese Thai Binh op een landmijn rijdt.
Veel kunstenaars nemen dankzij hun ervaringen in de Spaanse burgeroorlog definitief afscheid van het communisme, de schellen zijn hun van de ogen gevallen, het bedrog is te groot. Arthur Koestler, Jef Last, George Orwell, Gustav Regler, John Dos Passos, Louis Fischer, André Malraux en anderen verlaten teleurgesteld het strijdtoneel of nemen een actief anticommunistische houding aan. Voor Hemingway en Dos Passos betekent het tevens een glijdende neergang van hun schrijverscarrière. Na hun boeken over Spanje zullen het talent en de passie nooit meer op hetzelfde niveau weerkeren.

Wat zou er gebeurd zijn indien het Frente Popular de fascisten had verslagen? Met een documentaire over Bulgarije creëert Ivens in 1947 een vervolg op de landhervormingen in Fuentedueña. In Spanje heeft Franco met terreur, standrechtelijke executies en concentratiekampen de boerencollectieven teruggedraaid en de ‘sociale eenheid’ hersteld, waarbij nog eens 180.000 Spanjaarden het leven laten, terwijl Ivens’ film in het Bulgaarse dorp Radilovo de nieuwe irrigatiewerken op de collectieve tabaksplantages laat zien.  Sommige filmbeelden zijn een echo van de Spaanse film, zoals het drinken van de waterfles, de begroeting op het land en de bijeenkomst van de boeren. In Bulgarije komt Ivens oud-Spanjestrijders tegen die inmiddels zijn opgeklommen in het partijapparaat of de regering, en die hem het werken bijzonder zuur maken. Net zoals The Spanish Earth krijgt The First Years zwaar te lijden van censuur.

Algemeen

  • Country name: Spanje
  • Duration: 52'

Premiere

  • Jaar: 1937 (1937-06-12)
  • Locatie: Parijs, Wereldtentoonstelling, Spaans Paviljoen; Hollywood, Philharmonic Auditorium (Frankrijk)
  • Premiere Characteristics: Een dag na de Franse première in het Spaans Paviljoen, waar ook de Guernica van Picasso hing, ging de film in première in Hollywood, Philharmonic Auditorium.

Productie

Documenten

documents 15 results

aantekeningen, vertaling, stukken
The Spanish Earth

page11
  • 181 pages

aantekeningen, scenario-versies, biografische teksten, correspondentie
The Spanish Earth

page11
  • 207 pages

financiële stukken betreffende productie
The Spanish Earth

page11
  • 137 pages

brief, publiciteitsfolder
The Spanish Earth

page11
  • 17 pages

commentaartekst, lezing
The Spanish Earth

page11
  • 18 pages

brieven, telegrammen
The Spanish Earth

page11
  • 49 pages

telegram
The Spanish Earth

page11
  • 2 pages

brieven, telegrammen, aantekeningen
The Spanish Earth

page11
  • 33 pages

aantekeningen, ingekomen stukken
The Spanish Earth

page11
  • 38 pages

brief
The Spanish Earth

page11
  • 15 pages

memo's
The Spanish Earth

page11
  • 2 pages

telegrammen
The Spanish Earth

page11
  • 15 pages

Foto's & Affiches en Biblografieën

Foto's (163)

Affiches's (3)

Bibliografie (4)

Location

 

  • Visit address:
    Wezenlaan 71
    6531 MK Nijmegen, Holland


 


  • Post address:
    Postbus 606
    6500 AP Nijmegen, Holland

Contact us

 

  • +31 (0)6 53960552
    +31 (0)24 3 888 774


 

Visiting adress

 

  • Postbus 606, 6500 AP Nijmegen
    Wezenlaan 71, 6531 MK, Nijmegen
    The Netherlands

Social Media

Ivens.nl Archive

Movies:

83 Items

Photos:

5695 Items

Documents:

29572 Items

MOD_COUNTER_LBL_BIBLIOGRAFIEEN:

678 Items

Posters:

212 Items