De reeds lang aangekondigde dikke pil over Ivens en zijn Oost-Duitse films, geschreven door dé specialist op dit gebied, Günter Jordan, is in Duitsland verschenen. Het mooi uitgegeven boek behandelt op indrukwekkende wijze in 680 bladzijden de triomf in de jaren vijftig, de veroordeling tot persona non grata eind jaren zestig en de wederopstanding van Ivens’ Duitse DEFA-films.

Op 9 april zal het boek Unbekannter Ivens: Triumph, Verdammnis, Auferstehung. Joris Ivens bei der DEFA und in der DDR 1948-1989in Kino Arsenal, Potsdam, worden gepresenteerd. Deze boekpresentatie gaat vergezeld van een filmprogramma met om 19.00 uur de documentaires Er filmte auf Fünf Kontinente (Joachim Hadaschik, 1963, 23 min.) en Die Windsbraut (Daniela Schulz, 1998) en om 21.00 uur de speelfilm Till Eulenspiegel (Gérard Philipe, Joris Ivens, 1956).

Günter Jordan schreef eerder over de geschiedenis van de DEFA, de befaamde Oost-Duitse filmstudio’s in Babelsberg bij Berlijn en een pijnlijk nauwkeurige, lijvige studie over het ‘staatsfilmapparaat’ in de DDR met al zijn bureaucratische lagen. Jordan verenigt de kwaliteiten van een uitermate degelijke, serieuze en onbevooroordeelde filmwetenschapper met die van de man uit de praktijk, omdat hij ook filmmaker en regisseur is. Hij heeft diverse producties voor de DEFA-filmstudio’s gemaakt en weet derhalve als geen ander van binnenuit hoe het ‘systeem’ van de Oost-Duits filmindustrie werkte. Hij kent de betrokkenen en wist beslag te leggen op documenten die voor anderen verborgen waren gebleven. Zijn zeer nauwkeurige en diepgaande onderzoek resulteerde in een evenwichtige analyse van Ivens’ werk, dat met de nodige zwier en relativerende humor is opgeschreven.

Afkeuring en waardering
Waarom waren deze films, die Ivens voor de DEFA filmstudio’s maakte, tot aan deze publicatie het meest onbekend, het minst vertoond, het minst onderzocht of zelfs het minst gewaardeerd? Keurde Ivens zelf zijn Oost-Duitse films af?
Zeker is dat in de jaren 80 hij vertoning van bepaalde films van hem uit de DDR verbood, omdat hij dacht dat deze films hem in politieke problemen zou kunnen brengen. Sommige titels werden zelfs als Stalinistisch beschouwd. Aan de andere kant beweerde Ivens dat hij van zijn meest afgewezen en minst succesvolle films het meeste hield, zoals een ouder van een verloren kind houdt. Op deze manier wees hij zijn Oost-Duitse films nooit af.
De getroebleerde ontvangst van deze periode heeft in ieder geval niets van doen met de toenmalige waardering in de tijd dat deze films uitkwamen. Integendeel, deze films ontvingen vele prijzen en kregen een miljoenenpubliek in de Communistische wereld, dat toen een groot deel van de wereldbol besloeg, van de Sovjet-Unie en het Oostblok tot China, van de West-Europese landen met sterke linkse partijen tot vele Derde Wereldlanden die vochten voor onafhankelijkheid en tegen kolonialisme. Lied der Ströme (1954) bijvoorbeeld moet volgens cijfers van de opdrachtgever van de film zelfs door 250 miljoen kijkers zijn bekeken.
Ook Ivens werd behangen met prijzen binnen dit systeem en kreeg de status van een leidende figuur in de filmproductie. Dit duurde echter niet langer dat tot het moment dat hij brak met de politiek van het Sovjetblok en de Chinese politiek ging omarmen, wat bleek uit zijn steun aan de Praagse Lente in 1968. Van grote held werd hij plotsklaps 'persona non grata' in de DDR, het land dat hij nooit meer zou betreden.
Vanaf die tijd was hij juist vaker te gast op West-Duitse filmfestivals, zoals die in Oberhausen en Berlijn. 

Een onverwachte hommage van Ivens aan Prins Willim van Oranje als held in de speelfilmTill Eulenspiegel (1956), een internationale co-productie van de DEFA en het Franse Ariane.

Stijl
Toen Ivens in 1951 begon te werken in de DEFA filmstudio’s in Berlijn had zijn documentaire stijl al vorm gekregen. Hij was niet langer de avant-gardistische pionier uit de jaren ’20 en ‘30. De documentaire film en hun makers hadden binnen luttele decennia een vaste plaats veroverd in het culturele landschap. Grotendeels omdat documentaire door overheden werd gebruikt voor educatieve en propagandistische doeleinden gedurende de Tweede Wereldoorlog en de jaren van Wederopbouw.
De klassieke documentaire stijl met toegevoegd geluid, mooi uitgelichte plaatjes in fraaie composities, met een afstandelijke voice-over en objectieve cameravoering is karakteristiek voor deze periode, waarin experimenten werden vermeden en al helemaal verwarrende vormen van interpretatie en verbeelding. Ivens hanteerde een breed spectrum van verschillende –zelfs tegengestelde- filmstijlen, uiteenlopend van filmpoëzie, journaalbeelden, reportages, compilatie films, nagespeelde scenes tot aan speelfilm. Deze  brede waaier van stijlen maakt deze periode minstens zo interessant als welke andere periode van Ivens’ filmloopbaan, zo stelt Jordan. Die Windrose is daar een sterk voorbeeld van, met een waaier aan stijlen, van speelfilm, docudrama tot nieuwsreportage. Naast een staalkaart van stijlen zijn de Ivensfilms uit deze periode blijvend interessant, vanwege het productieproces en de vormen van distributie. Voor Lied der Ströme werkten 32 cameramensen in 32 landen, waarvan hun filmmateriaal werkt verwerkt tot een indrukwekkende en bedenkelijke compilatiefilm, de communistische tegenhanger van The Family of Man-fototentoonstelling van Edward Steichen, dat een half jaar na Ivens’ film in première ging en eveneens een wereldtour maakte. Met dezelfde universalistische pretenties van wereldhegemonie voor ‘het heil van de mensheid’, in een periode van naoorlogse wederopbouw. Van de film bestaan minstens 18 versies in evenzovele talen. Deze  wereldomspannende aanpak gaat vooraf aan de komst van de TV-satelietverbindingen en het begrip van de Global Village, waardoor iedereen met iedereen te maken krijgt.
 
Via de verfilming van Tijl Uilenspiegel, een Frans-Duitse co-productie, keerde Ivens terug in West-Europa, in Parijs, waar hij tot het einde van zijn leven zou wonen.
Maar Ivens zou zich nog actief bemoeien met het Internationale Documentaire festival in Leipzig, de uitstalkast van de DDR naar de filmwereld, met name ook de Derde Wereldlanden. Ook dit aspect komt uitvoerig in Jordans’ boek aan bod. Evenals de rol die Ivens speelde binnen het cultuurleven van de DDR. Tot het jaar 1969 waarin hij politiek geheel had afgedaan en hij niet meer welkom was in de DDR.

Ivens had in het Westen al snel aansluiting gevonden bij de nieuwe generatie van de jaren zestig, die zich scherp afzette tegen de klassieke filmstijl en ook die van Ivens als uitermate verdacht, achterhaald en irrelevant beschouwde. Ivens ging zelf experimenteren met    nieuwe stijlen gebaseerd op nieuwe technologieën, zoals de nieuwe hand-held cameras met direct synchroon geluid. Het was tevens Ivens’ reactie op de komst van de televisie.
Het nieuwe esthetische paradigma van documentaire film als ‘direct cinema’ is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom de Oost-Duitse periode van Ivens lang genegeerd is gebleven.
Tegenwoordig maakt een herwaardering van de allerlei artistieke vernieuwingen in de jaren vijftig een meer evenwichtige beoordeling van deze films mogelijk.       

Günter Jordan ( 1941), studeerde Slavistieks, Geschiedenis, Pedagogiek, Onderwijskunde en Filmregie aan de Deutschen Hochschule für Filmkunst Potsdam-Babelsberg. Hij was documentaire filmmaker en zelf regisseur van de DEFA-Studio für Dokumentarfilme, en vanaf 1992 freelance filmmaker. Hij promoveerde in 1990 aan de Humboldt-Universiteit Berljin met een proefschrift over de vroege DEFA documentaire film en de DEFA weekjournaals Der  Augenzeuge (Ooggetuigen). Hij publiceerde in tijdschriften (Sonntag, Film und Fernsehen, BFF), Close Up (Konstanz), Ivens-Magazine (Nijmegen), in de jaarboeken van de DEFA-Stiftung (Berlijn 2000–2005) en in ‘Bilder einer gespaltenen Welt’ (Berlin 2007); ‘Alltag des Dokumentarfilms 1946-1950’ (Berlijn 1987); ‘Erprobung eines Genres. DEFA-Dokumentarfilme für Kinder 1975-1990’ (Remscheid 1991), ‘Sie sehen selbst, Sie hören selbst ...‹ Die DEFA von ihren Anfängen bis 1949’ (samen met Christiane Mückenberger, Marburg 1994), ‘Schwarzweiß und Farbe. DEFA-Dokumentarfilme 1946-1992’ (samen met Ralf Schenk, Berlijn 1996, 2000), ‘Film in der DDR. Daten Fakten Strukturen’ (Potsdam 2009, 2013). ‘Zu den Anfängen zurück, um weiterzukommen. Die Geburt des neuen DEFA-Dokumentarfilms’, in: Klaus Stanjek (Hg.): ‘Die Babelsberger Schule des Dokumentarfilms’, Berlin 2012.
Voor het boek ‘Unbekannter Ivens. Triumph, Verdammnis, Auferstehung 1948–1989’ deed Günter Jordan uitgebreid  onderzoek in het Joris Ivens Archief en vele andere archieven in o.a.  Berljin, Parijs en elders.
Voor meer informatie: zie de website van uitgeverij Bertz+Fischer:
http://www.bertz-fischer.de/unbekannterivens.html

<<

Adresgegevens

 

  • Bezoekadres:
    Wezenlaan 71 te Nijmegen


 


  • Postadres:
    Postbus 606
    NL-6500 AP Nijmegen

Contact

 

  • 06 539 60 552
    024 3 888 774


 

Social Media

Ivens.nl Archief

Films:

83 Items

Fotos:

5695 Items

Documenten:

29572 Items

Bibliografieën:

678 Items

Affiches:

212 Items