Luns en Ivens, twee katholieke jongens uit een middenklasse milieu met artistieke interesses. De ene werd in crisistijd lid van de NSB, de ander van de CPH. Beide officiële partijlidmaatschappen hebben niet lang geduurd, maar de keuzes waren bepalend voor de rest van hun leven. Martin Bossenbroek, universitair hoofddocent politieke geschiedenis van de Universiteit Utrecht, beschrijft in zijn nieuwste boek Fout in de Koude Oorlog keuzes, die mensen maakten onder de extreme politieke wendingen tussen 1933 en 1989. Nieuwe feiten levert dat niet op, wel een mooie beschrijving van twee kleurrijke persoonlijkheden, die dachten greep te hebben op de loop van de geschiedenis, maar niet meer dan een speelbal waren van grotere machten. Eigenlijk net als Nederland zelf.

Een minister en een filmmaker

De keuze voor deze twee protagonisten om een zeer conflictueuze periode in de vaderlandse geschiedenis te beschrijven met de Tweede Wereldoorlog, atoomdreiging, onafhankelijkheidstrijd in de Derde wereldlanden en twee machtsblokken, Oost en West, die lijnrecht tegenover elkaar stonden, is op zich al opmerkelijk. Luns  was immers een raspoliticus met echte politieke macht - 19 jaar als minister van buitenlandse zaken en 13 jaar als secretaris-generaal van de NAVO -, terwijl Ivens een kunstenaar was, een filmmaker met niet meer dan een camera. Dat de schrijver in staat blijkt beide boeiende levens en loopbanen te spiegelen toont op zich al het bijzondere karakter van Ivens’ kunst aan. Hij koos als filmmaker voor de uitdrukkelijke missie de jonge documentaire filmkunst een invloedrijke rol te laten spelen. Die kreeg het ook al snel. Eerst in de jaren twintig als kunstzinnige uiting van de avant-garde, daarna in de jaren dertig en veertig in steeds sterkere mate als middel voor massaeducatie en propaganda. Een kunstvorm met politieke macht. Vele miljoenen, van de VS tot China, zagen de films van Ivens. Ivens en Luns verkeerden dan ook door de rol die zij voor zichzelf opeisten met ‘de groten der aarde’.Bossenbroek ziet meer overeenkomsten, beide waren kosmopoliet, ijdel, consequent en rechtlijnig, waren verliefd op de camera en konden hun publiek charmeren met humor en flair. Hun beider katholieke achtergrond wordt spijtig genoeg niet verder uitgewerkt in het boek, hoewel dat bij beide zo’n stempel heeft gedrukt op hun karakters, keuzes, humor en draaiingen. De emancipatie van het katholieke volksdeel kreeg in hen gestalte. Hun opvoeding stond in het teken een historische te rol te willen spelen.

Die goede oude tijd

Bossenbroek, eerder winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs, schetst aan de hand van beider levens in sneltreinvaart een periode vol spanningen. Het boek past in de hausse aan publicaties, films en TV-series over de jaren vijftig en de Koude Oorlog. Meestal met de spruitjesgeur van nostalgie en hang naar retro-design. ‘Toen was geluk nog heel gewoon’, ‘De gouden jaren’ of ‘Mad Men’ zijn daar voorbeelden van, maar volgens Bossenbroek is die vertederende terugblik onterecht. In een tijdperk met een gespleten mensdom door conflicten als de onafhankelijkheid van Indonesië, de Suezcrisis, het neerslaan van de Hongaarse Opstand of de atoomdreiging van Cuba zagen Nederlanders zich geplaatst voor het maken van existentiële keuzes. Vaak foute keuzes, zo somt Bossenbroek op, want in panorama’s schetst hij ‘Fout Links’, Fout Rechts’ en ‘Fout Midden’. Dan blijft er niet veel meer over, maar Bossenbroek concludeert dan ook dat bijna niemand ontkwam aan moreel verwerpelijke, bedenkelijke dan wel twijfelachtige keuzes, die hele families, gemeenschappen en het land deden splijten.

Omkeringen

Beide mannen zijn toonbeelden van standvastigheid in een tijd van grillige zwenkingen in de wereldpolitiek. Hun standpunten zorgen dan ook voor wonderlijke omkeringen in posities, helemaal zwart-wit is het nooit. Wit kon ook zwart of grijs worden en omgekeerd. Ivens’ communistische wereldbeeld zorgde al vroeg voor een antifascistische houding, Luns kreeg van huis uit het rechts-nationalisme met de paplepel toegediend, wat hem als democraat gevoelig maakte voor de lokroep van het nationaal-socialisme. Later steunde Luns, lange tijd de populairste minister van Nederland, in naam van de vrije wereld hardnekkig dictatoriale regimes, zoals in Portugal (Salazar), Griekenland (kolonelsregime), Spanje (Franco), Vietnam en Zuid-Afrika. Ivens steunde met zijn films in naam van de vrijheid en gelijkberechtiging van arbeiders en boeren lang totalitaire regimes in het Oostblok en Azië.
Na de oorlog stond Ivens als communist aan de zijde van de VS en andere geallieerden in zijn steun aan de onafhankelijkheid van Indonesië, terwijl Luns als hondstrouwe bondgenoot van de VS zich juist met hand en tand verzette tegen Amerikaanse presidenten, omdat hij de oude koloniën in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea koste wat kost wilde behouden. Tot twee keer toe, in 1949 en 1962, werd hij onder economische en militaire dreiging van de VS gedwongen zijn verlies te erkennen. Ivens werd niet minder teleurgesteld door de bondgenoten die hij had verkozen: de Sovjet-Unie en later China. Niet alleen de alledaagse censuur, veiligheidsdiensten en problemen met partijbonzen zorgden voor problemen, het systeem zelf, het reëel bestaande socialisme, ontaardde in schandelijke nachtmerries, zo moest hij uiteindelijk vaststellen.
Luns was goed bevriend met Nixon, die hem door dik en dun steunde, zowel bij de hervatting van de bombardementen op Vietnam als bij de diens opening naar Rood China in 1971. In het kielzog van de Amerikaanse ping-pongers, Kissinger en Nixon werd Ivens weer uitgenodigd om naar China te komen om het nieuwe China aan de wereld te tonen.
Aan het einde van hun carrières, tijdens de kruisrakkettenkwestie, vonden Luns en Ivens zichzelf terug in hetzelfde kamp: die van de voorstanders van plaatsing. Luns in navolging van de Amerikaanse politiek, Ivens in navolging van de Chinese. Hoewel destijds zelf tegenstander van plaatsing van de kruisraketten op Nederlands grondgebied geeft Bossenbroek toe daar nu spijt van te hebben, want die harde opstelling van plaatsing leverde toch maar mooi de ontmanteling van de Sovjet-Unie op.

Het rad van de geschiedenis
Wat het boek meer oplevert dan een fraaie, vlotte beschrijving van een belangrijke periode in de vaderlandse geschiedenis wordt niet duidelijk. Het rad van de geschiedenis wentelt nog sneller dan het rad van vrouwe fortuna, maar dat wisten we al. Het is het zoveelste boek in Nederland waarin historici zich storten op de Nederlandse obsessie: ‘Goed’ of ‘Fout’. Er moet altijd een moreel vingertje opgeheven, een oordeel geveld en een label opgeplakt. Dat deed Hans Schoots al eerder in de Ivensbiografie Gevaarlijk leven en dit nieuwe boek voegt daar letterlijk niets aan toe.
Maar Ivens is helemaal geen politicus, zodat de focus die steeds maar weer gelegd wordt op Ivens’ politieke uitspraken helemaal geen nieuw licht werpt op het filmoeuvre van Ivens. Daarvoor zijn andere boeken veel beter geschikt. Zoals het boek Joris Ivens, wereldcineast, dat in 2008 bij de DVDbox verscheen en het boek dat op 21 oktober wordt gepresenteerd: The Conscience of Cinema. The Works of Joris Ivens 1912-1989 van de hand van de Canadese professor Thomas Waugh.
Over Ivens en de Koude Oorlog zijn overigens wel degelijk nieuwe feiten te melden. Daar is Bossenbroek niet in geslaagd, omdat hij zich beperkt heeft tot bekende Nederlandse bronnen. Daarom gaat de Ivens Stichting het wetenschappelijke, vuistdikke boek Unbekannter Ivens van Günter Jordan uitbrengen. Daarin staat bijvoorbeeld te lezen waarom Ivens Stalin niet laat zien in zijn film Freundschaft Siegt, zoals hij ook nooit Mao-Ze Dong heeft verfilmd. Nota bene op last van ene Walter Ulbricht. De werkelijkheid is altijd nog iets gecompliceerder, grilliger en onvoorspelbaarder dan een historicus kan bedenken.

Wereldcineast
Bossenbroek noemt Ivens een paar maal bovenal ‘kameleontisch’ en ‘ongrijpbaar’. Ivens was zeer sociaal vaardig, kon zich in zeer uiteenlopende kringen, landen en omstandigheden prima bewegen en aanpassen. Hij hield niet van persoonlijke conflicten en zorgde voor een goede sfeer om zich heen. Een zeker opportunisme en een diplomatieke, enigszins oppervlakkige houding, behoorden tot zijn arsenaal aan technieken. Ondanks die kwaliteit zich telkens weer aan te passen, bleef hij in zijn kunst geheel zichzelf en wist meestal, niet altijd, de druk van allerlei belangengroepen weerstaan.
Om Ivens te begrijpen moet je niet naar zijn wisselende politieke zinnige en onzinnige uitspraken kijken, maar naar zijn films. Dan valt juist op wat voor een oeuvrebouwer Ivens is met een sterk organisch geheel, dat niet in hokjes valt te stoppen. Labels als ‘politiek’ en ‘poëtisch’, ‘Oost’ of ‘West’, ‘communistisch’ of ‘kapitalistisch’, ‘documentaire’ of ‘speelfilm’ werken bij Ivens niet, want op Ivens is dat allemaal van toepassing in een amalgaam van stijlen, landen en culturen. Dat maakt hem tot zo’n moderne filmmaker en icoon van de 20e eeuwse filmhistorie. Zijn oeuvre is een cirkelgang, waarin de laatste filmbeelden uit 1989 weer aansluiten bij de eerste uit 1912. Zogenaamd tegengestelde films als het kapitalistische Philips radio en communistische Komsomol lopen qua filmbeelden wonderwel naadloos in elkaar over, evenals Borinage en Power and the Land, het poëtische Pour le Mistral of het politieke Loin de Vietnam. Thema’s als ‘arbeid’, ‘de vier natuurelementen’, ‘natuur en geschiedenis’, komen in allerlei varianten bij herhaling terug. Hoewel de factor arbeid zo’n wezenlijk aspect is van de maatschappij, is het onder filmmakers weinig populair. Bij Ivens echter wel, waardoor hij zich alleen al daardoor onderscheidt.
In Ivens’ totale oeuvre wordt de overgang zichtbaar gemaakt van een 7000 jaar oude agrarische wereld, die in korte tijd, nog geen eeuw, transformeert in een industriële maatschappij. En dat op mondiaal niveau, in zowel Oost als West, in beide machtsblokken, gepaard gaande met grote gewelddadige conflicten. En met de illusie dat tegelijkertijd met deze transformatie ook een ander maatschappijmodel mogelijk zou zijn. De strijd tussen het communisme en kapitalisme zal op termijn echter van weinig belang blijken te zijn, zo stelde de Britse historicus Hobsbawm, want beide systemen streefden naar diezelfde transformatie.
Omdat Ivens deze mondiale transformatie heeft verfilmd, met de opkomst van de lopende band, vliegtuigen en nieuwe communicatiemiddelen, met twee wereldoorlogen, de opkomst van de VS, de USSR en het moderne China en de onafhankelijkheid van de Derde Wereldlanden, is zijn filmoeuvre blijvend van belang. Het is zo beschouwd heel grijpbaar, helemaal niet kameleontisch, maar juist heel helder. En filmisch overstijgt dat het ‘goed’-of-‘fout’ schema.

<<

Adresgegevens

 

  • Bezoekadres:
    Wezenlaan 71 te Nijmegen


 


  • Postadres:
    Postbus 606
    NL-6500 AP Nijmegen

Contact

 

  • 06 539 60 552
    024 3 888 774


 

Social Media

Ivens.nl Archief

Films:

83 Items

Fotos:

5695 Items

Documenten:

29572 Items

Bibliografieën:

678 Items

Affiches:

212 Items